Pensioenregeling voor zzp’ers in de bijstand

Zzp’ers met een gemiddeld pensioen hoeven hun pensioen niet op te eten als zij een beroep doen op de bijstand. De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingestemd met een wetsvoorstel dat regelt dat, net zoals voor werknemers, het opgebouwde pensioen beschermd is voor de vermogenstoets. Het is de bedoeling dat de wet per 1 januari 2016 ingaat. Gemeenten zijn eind vorig jaar verzocht om al in 2015 hiermee rekening te houden. Daarvoor is €41 miljoen vrijgemaakt.
Rijksoverheid.nl – Nieuwsberichten over het onderwerp Pensioen

De (Pensioen)wereld draait door

Als ik vroeger aan iemand vertelde dat mijn beroep pensioenadviseur was dan schudde hij meewarig het hoofd. Iedereen had medelijden met mij want dit beroep was toch wel zo saai, vond men. Er gebeurde nooit wat, niemand interesseerde het, het duurt nog zo lang voor…… en ga zo maar door.

Hoe anders ziet de wereld er anno 2015 uit. Pensioen is hot als gespreksonderwerp: in de pers, in de kantine, op de werkvloer of in het journaal. Er gaat geen dag voorbij of we praten over pensioen. Eindelijk krijgt dit onderwerp de aandacht die het verdient. En dat is niet vreemd als je bedenkt wat er de afgelopen 10 jaar is gebeurd.

Het begon allemaal zo’n beetje in 2006 met de verhoging van de pensioenrichtleeftijd van 60 naar 65 jaar. Tegelijkertijd werd de levensloopregeling geïntroduceerd. Daarna volgden de ontwikkelingen elkaar in razend tempo op: de nieuwe Pensioenwet, een nieuw Financieel Toetsingskader, afschaffing levensloop, verhoging AOW-leeftijd, verhoging pensioenrichtleeftijd naar 67 jaar, verlaging opbouwpercentages ( 2 jaar achter elkaar ), afschaffing partnertoeslag, introductie nettopensioen. En zo zijn er nog wel een paar op te noemen.

En we zijn nog niet klaar want de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd wordt nu behandeld in de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel met betrekking tot pensioencommunicatie is aangenomen door de Tweede Kamer en wordt vóór de zomer nog behandeld in de Eerste Kamer. Het wettelijk recht op waarde-overdracht staat nu al jaren ter discussie, eens zal er een oplossing komen. Op basis van de cijfers stijgt de pensioenrichtleeftijd in 2018 al naar 68 jaar, dit vergt weer aanpassing van alle pensioenregelingen.  En wat gaat er gebeuren met pensioen in eigen beheer, naar verwachting is dit met ingang van 2016 niet meer toegestaan voor de directeur-grootaandeelhouder.

Tegelijkertijd gebeurde er economisch ook één en ander: we kwamen in de crisis (en zijn daar nog steeds niet helemaal uit ), de rente daalde naar historisch lage niveaus, de levensverwachting nam alsmaar toe, de dekkingsgraden van pensioenfondsen kelderden. Als gevolg hiervan stopten veel pensioenfondsen met het toekennen van toeslagen of erger nog: de pensioenen werden gekort. Verzekeraars verhoogden hun premies waardoor de lasten voor bedrijven toenamen. En die hadden het al zo moeilijk in de crisis. Bedrijven maakten en maken als gevolg hiervan, ook vanwege de internationale boekhoudregels, massaal de overstap van defined benefit naar defined contribution.

Allemaal zaken waar wij, als pensioenadviseurs, dagelijks ons hoofd over breken. Wat verandert er vandaag weer en hoe verwerken we dit weer in de pensioenregelingen van onze cliënten?  Maar net zo belangrijk, hoe leggen we dit uit aan de werknemers? Deze zien door de bomen het bos niet meer. Ik ken heel veel bedrijven waar de pensioenregeling in de afgelopen paar jaar al 3 keer is gewijzigd. Een deelnemer heeft dan met een beetje pech 3 verschillende pensioenen. Hoe zorgen we er als branche voor dat deze deelnemer nog steeds weet wat hij krijgt op zijn pensioendatum en van wie? De regering denkt dit nu op te lossen middels  nieuwe wetgeving omtrent pensioencommunicatie. Pensioen 1-2-3, meer verantwoordelijkheid bij de werkgever neerleggen maar ook bij de werknemer zelf. Al deze voorstellen moeten er toe leiden dat wij de deelnemers aangehaakt houden.

Eén ding is zeker, als ik nu op een verjaardagsfeestje vertel dat ik pensioenadviseur ben dan schudt niemand meer het hoofd. Het is immers voor iedereen duidelijk dat pensioen dynamisch is. De pensioenwereld staat nooit stil maar draait maar door en door en door…..

The post De (Pensioen)wereld draait door appeared first on Pensioen.com.

Pensioen.com

Pensioenadviseur gids binnen complexe materie

Wat is op dit moment het belang van een pensioenadviseur in een sector die de afgelopen jaren aanzienlijk is veranderd maar ook geprofessionaliseerd. Het aantal bij de AFM geregistreerde adviseurs is sterk  gedaald. Naar schatting zijn er nog ongeveer 1.000 onafhankelijke professionele adviseurs in de Nederlandse markt operationeel. Een groep specialisten die zeer ingrijpende stelselwijzigingen in de pensioenmarkt heeft meegemaakt. Naast de grote hoeveelheid bedrijfstakpensioenregelingen hebben de adviseurs voornamelijk te maken met de circa 44.000 verzekerde regelingen in Nederland.  Voor adviseurs gaat er veel tijd en energie zitten in het controleren en corrigeren van stukken geleverd door uitvoerders. Door de vele wijzigingen in korte tijd worden er namelijk veel ernstige uitvoeringsfouten gemaakt die in ieders belang hersteld moeten worden.

Waar moet een werkgever op letten bij zijn keuze voor een pensioenadviseur?

Zich in elk geval niet blind staren op kosten of uurprijs. Vooraf altijd te duur en achteraf onbetaalbaar,  geldt zeker voor pensioenadvies. Neem de tijd om oriëntatiegesprekken te voeren en stel vooraf vast wat je belangrijkste selectiecriteria zijn. Het dienstverleningsdocument van de adviseurs helpt daarbij om inzicht te krijgen in de uitgangspunten zoals variatie in het proces, de mate van productvergelijking en de prijs. Vergeet daarbij niet om een adequate en externe beheerondersteuning te overwegen. Beheer is vaak een ondergeschoven kindje. Zeer ten onrechte want goed en adequaat beheer is essentieel voor het hele pensioenterrein en gaat de komende jaren nog veel belangrijker worden. Dit kan natuurlijk heel gemakkelijk bij de uitvoerders, maar daar schuilt een gevaar in. Ga er niet van uit dat alles wat de uitvoerders uitvoeren altijd klopt. Een aantal pensioenuitvoerders heeft zelf ook een verkoopapparaat en biedt werkgevers  ‘advies’ aan terwijl nu ook accountants nu ook accountants zich vaker  op het collectieve pensioenadvies richten.

 

“Goed beheer ten onrechte ondergeschoven kindje”

 

Uitdagingen voor adviseurs en werkgevers  liggen vooral op het gebied van productanalyses, advisering en ondersteuning. De verzekeringstechnische en fiscaal-juridische ‘slangenkuil’ bij regelingen vormt een bottleneck.  Werkgevers doen er goed aan hier ondersteuning in te huren.

Bij de keuze voor een adviseur zijn kennis en kwaliteit belangrijke uitgangspunten. Wft Pensioenverzekeringen is een prima basisdiploma waardoor in de breedte het niveau in de markt zeker omhoog is gegaan.  Er zijn echter nog steeds grote niveauverschillen tussen adviseurs. Met name op het gebied van advies, beheerondersteuning en prijs. Het aantal producten in de analyse speelt ook een belangrijke rol. Een gebonden ‘adviseur’ is in feite een verkoper en doet daarom niet aan vergelijking. Een ongebonden en onafhankelijk pensioenadviseur vergelijkt daarentegen een groot aantal producten die passen in de selectiecriteria van de werkgever.

Cruciaal in het proces is de inventarisatie van de behoeften van werkgevers. De adviseur moet  een duidelijk beeld krijgen van hun belangrijke uitgangspunten en zal veel vragen stellen. Aan de hand van die keuzes wordt het verdere selectieproces van organisatorische en technische criteria doorlopen.

Een goede adviseur maakt het verschil. Een concreet voorbeeld hiervan is een onderneming met een beperkte beschikbare premieregeling waarbij het voor de werkgever volstrekt onduidelijk was wat er nu eigenlijk wel en niet geregeld was. Er bleek een enorm ongewenst risico te zitten in de beleggingen. Bovendien sloot het contract onvoldoende aan op het pensioenfonds wegvervoer waarmee dit bedrijf nauw verbonden was Het advies richtte zich vooral op meer zekerheid over de toezeggingen voor deelnemers en afdoende aansluiting bij de regeling van het bedrijfspensioenfonds wegvervoer. Een jaar voor de grote beurscrash in 2008 is dit advies opgevolgd en zijn de opgebouwde beleggingswaardes overgedragen naar de gewenste middelloonregeling. Zonder deze adviseur zouden de plaatjes van palmen en zonnige stranden als oud paper zijn verbleekt.

Een van de argumenten die pleiten voor het inschakelen van een pensioenadviseur is dat de pensioensector constant in beweging is. Wat zijn bijvoorbeeld de consequenties van ingrijpende voorstellen als ‘Witteveen’ en de wetgeving Pensioencommunicatie?

Witteveen heeft, na VAP en eerdere stelselwijzigingen in de afgelopen 10 jaar, een zeer grote invloed op de pensioentoezeggingen, de uitvoeringsregelingen en de communicatie.  Maar een beperkt aandeel van de werkgevers en deelnemers weet wat de impact van deze versobering is. Op korte termijn door de fiscale risico’s van een mogelijk bovenmatige regeling en op lange termijn wanneer de regeling zich moet bewijzen op de pensioendatum.

Ook de wetgeving over pensioencommunicatie (per 1-7-15) heeft grote gevolgen voor werkgevers. Communiceren over iets dat niet je vak is, is lastig en risicovol. Zoals bij een mogelijke belangenverstrengeling met het oog op de werknemers. De schriftelijke pensioencommunicatie zal ook verbeterd en versimpeld moeten worden. Het is voor deelnemers nu welhaast onmogelijk een touw vast te knopen aan een gemiddeld uniform pensioen overzicht (UPO). Dat moet veranderen.

The post Pensioenadviseur gids binnen complexe materie appeared first on Pensioen.com.

Pensioen.com

Geen pensioengat voor studenten van Caribisch Nederland

Studenten van Bonaire, Sint Eustatius en Saba die in Nederland gaan studeren, blijven in de toekomst een oudedagsvoorziening opbouwen. De ministerraad heeft ingestemd met een voorstel van staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat hier zorg voor draagt.
Rijksoverheid.nl – Nieuwsberichten over het onderwerp Pensioen

Vermindering uitkering nabestaandenpensioen

Onlangs heb ik een vraag voorgelegd gekregen van een weduwe over haar  nabestaandenpensioen dat al flink wat jaren aan haar werd uitgekeerd. Gelukkig kon in overleg met verzekeraar haar probleem worden  opgelost zonder tussenkomst van een rechter.

Het ging om de volgende situatie:

De weduwe kreeg bericht van de verzekeraar dat ze een fout hadden gemaakt in de levenslange uitkering van het nabestaandenpensioen.  Ze waren er achter gekomen dat een gedeelte van de uitkering tijdelijk had moeten zijn.  Omdat zij zelf een fout hadden gemaakt, zouden ze niet het teveel uitbetaalde gedeelte terugvorderen, maar wel werd per direct haar maandelijkse uitkering met de helft gehalveerd.

Het scheelde wel dat er niet met terugwerkende kracht  werd teruggevorderd, maar deze mededeling was toch ook wel schrikken voor de weduwe omdat ze met een halve uitkering van het nabestaandenpensioen in de knel kwam met haar kosten.

De verzekeraar heeft zo’n twintig jaar geleden(!), toen het nabestaandenpensioen inging,  in een brief verwoord dat de uitkering levenslang zou worden uitbetaald. Ook in latere correspondentie kwam niet naar voren dat een deel tijdelijk zou zijn. Er waren ook geen polisbladen meer aanwezig waaruit bleek dat een gedeelte van het nabestaandenpensioen tijdelijk was.  De weduwe had  dus niet eerder zelf ook eventueel deze conclusie kunnen trekken.  In jurisprudentie wordt hier nog wel eens naar verwezen of je zelf ook die conclusie had kunnen trekken, ook al wordt er in latere correspondentie iets anders gemeld.

Op basis van jurisprudentie hebben we onder andere bij de verzekeraar aangekaart dat iets waarover al 20 jaar wordt gecorrespondeerd, namelijk  dat de uitkering levenslang is, niet verwacht kan worden dat de weduwe  had kunnen weten dat een gedeelte van de uitkering tijdelijk zou zijn.  De verzekeraar heeft direct besloten de levenslange uitkering voort te zetten zoals die was. Een zeer prettige uitkomst voor deze weduwe, zonder te veel extra (juridische) rompslomp.

The post Vermindering uitkering nabestaandenpensioen appeared first on Pensioen.com.

Pensioen.com

Dienen Consumentenbond en Radar echt de belangen van de klant?

De afgelopen periode val je van de ene verbazing in de andere.  Zo zat ik een paar weken geleden te kijken naar Radar en tot mijn verbazing kwam ineens de “spaarhypotheek affaire” voorbij.  Nu de rente laag is krijgen klanten met een aflopende rentevast periode een nieuw voorstel met een lage rente maar ook met een hogere spaarpremie om het uiteindelijk gegarandeerde doelkapitaal te behalen. Groot was de verontwaardiging dat dit allemaal niet duidelijk was voor de klant en dat de maandlasten niet zakten. Het lijkt inmiddels wel of geen enkel product meer voldoet en besproken wordt in de media.

Hoe komt dit nu eigenlijk?

In ons land zijn een aantal consumentenorganisaties en media die menen generiek advies te moeten geven aan de consument en dat zorgt soms voor spijt achteraf. Vroeger gebeurde dit bijvoorbeeld met de spaarhypotheek. Nu gebeurt het weer met lijfrente in de vorm van banksparen. De consumentenbond, maar recent ook het AD, geven expliciet het advies om te gaan banksparen voor je oude dag. Daarbij wordt dan helaas niet het hele verhaal verteld.

Hoe lang duurt het nog voor de “bankspaarlijfrente affaire” wordt besproken bij Radar?

Klanten die voor hun oude dag aangewezen zijn om een lijfrente te regelen en dit doen in de vorm van banksparen worden nu geconfronteerd met een lage variabele rente of kunnen de rente vast zetten voor bijvoorbeeld 3% voor een langere tijd. Op zich niet erg als het de klant maar duidelijk is dat als de rente gaat stijgen, je bij de keuze voor een vaste rente geen hogere vergoeding meer krijgt. Daarnaast vonden we een paar jaar geleden een variabele rente van 3,5% heel gewoon en dat lijkt wel vergeten te worden. Ik zie de eerste klant al zitten klagen bij Radar dat hij maar een rente krijgt van 3% terwijl de lange termijn rentestand bijvoorbeeld 5% is. Het vertrouwen ebt dan nog verder weg

Het kan (moet) anders.

De klant heeft recht op het volledige verhaal. Banksparen is een oplossing om te sparen voor je oude dag. Maar het kan ook met beleggen, beleggen met garantie of een mengvorm. Deze prikkel moet wat mij betreft altijd gegeven worden aan de klant. Ook het hardnekkige misverstand dat er bij banksparen geen kosten in zitten moet worden uitgelegd. Een bank maakt immers marge door het geld tegen een veel hogere rente uit te lenen aan anderen. Gratis bestaat echt niet!

Zet de belangen van de klant voorop!

Banksparen is natuurlijk een prima keuze voor iemand die niet bereid is om enige vorm van risico te lopen, het verwachtingspatroon voor pensioen naar beneden bij stelt of bereid is om (waarschijnlijk) meer te betalen voor een fatsoenlijk pensioen. Maar daarnaast moet de werking van een vaste rente (deposito), inflatie en beleggingen worden uitgelegd. Niet de emotie van garantie maar een bewuste consistente keuze van de klant voorkomt leed. Hoeveel mensen zijn niet net na de beurscrash van 2008 overgestapt van een beleggingshypotheek naar een bankspaarhypotheek. Op het laagste punt uitgestapt en niet meer geprofiteerd van het herstel!

Beleggen is bij een goede spreiding van risico’s niet eng en zeker voor box 3-vermogen de enige manier om de inflatie te verslaan. Een klant met een spaarhypotheek, een partner met pensioen in het ABP, mag misschien wel iets meer risico nemen met zijn lijfrente. Een beoordeling van alle vermogens- en inkomenselementen en uiteraard het profiel van de klant vraagt om specifiek advies.

Informeer de klant volledig en laat hem of haar zelf een keuze maken.

Kortom de media en de consumentenbond zijn wat mij betreft te pretentieus, te kort door de bocht. Zij zouden de consument het hele verhaal met alle voor- en nadelen moeten vertellen. Een generiek advies door consumentenorganisaties is wat mij betreft uit den boze. De klant is niet dom en kan zelf echt wel de keuze maken en daarmee spijt achteraf voorkomen. De rol van de adviseur is voornamelijk om de klant te prikkelen, alle opties bespreekbaar te maken, te helpen bij consistentie in de keuzes en vervolgens een specifiek advies samenstellen.

De rol van pensioencommunicatie bij de werkgever.

Als pensioenadviseur bied je ook deelnemerscommunicatie omtrent pensioen aan. Dit is een goed middel om bovenstaande punten met de werknemer te bespreken en hem te prikkelen. Je helpt een werknemer echt verder in de persoonlijke keuzes en laat hem nadenken over hoe rendement te maken met pensioen, lijfrente en box 3 vermogen.

2015 wordt dus wat mij betreft het jaar van de genuanceerde pensioencommunicatie!

 

The post Dienen Consumentenbond en Radar echt de belangen van de klant? appeared first on Pensioen.com.

Pensioen.com

De jaarruimte berekenen voor het jaar 2015

Zoals bekend hebben werknemers die van dienstbetrekking veranderen het recht hun opgebouwde pensioen in te brengen in de pensioenregeling van hun nieuwe werkgever.

Tot 1 januari van dit jaar moest de werknemer binnen een termijn van 6 maanden aangeven of hij al dan niet de procedure tot waardeoverdracht in gang wilde zetten. Deze termijn is komen te vervallen, waardoor de werknemer meer bedenktijd heeft. Anderzijds ontstaat door het vervallen van deze termijn van zes maanden voor alle opgebouwde aanspraken waarvoor in het verleden geen gebruik is gemaakt van het wettelijk recht op waardeoverdracht een volledig nieuwe situatie.

Namelijk dat opnieuw van dit recht op waardeoverdracht gebruik kan worden gemaakt. Dit met alle nadelige gevolgen van bijbetaling voor de ‘oude’ of de ‘nieuwe’ werkgever. Deze bijbetalingsproblematiek vloeit voort uit het verschil in rekenrente tussen de wettelijk voorgeschreven rente voor waardeoverdracht (2,156% in 2015) en de rekenrente in het verzekeringscontract. Hoe lager de rekenrente is, des te hoger de koopsom. Is de wettelijke rente lager dan de rente in het verzekeringstarief, dan zal de ‘oude’ werkgever bij een vertrekkende werknemer moeten bijbetalen. Omgekeerd zal de nieuwe werkgever moeten bijbetalen als een nieuwe werknemer gebruik maakt van zijn recht op waardeoverdracht en de wettelijke rente hoger is dan de rekenrente in het tarief van de nieuwe verzekeraar.

Om deze bijbetalingsproblematiek ten aanzien  van in het verleden opgebouwde rechten te voorkomen, is besloten de onbepaalde aanvraagtermijn alleen toe te staan als de baanwisseling en pensioenopbouw in de nieuwe pensioenregeling plaatsvinden vanaf 1 januari 2015.

Verder geldt voor alle werkgevers, én dus niet alleen voor ‘kleine’ werkgevers (loonsom < € 785.000) dat ze niet hoeven mee te werken aan waardeoverdracht als de bijbetaling meer dan € 15.000 en meer dan 10% van de overdrachtswaarde bedraagt.

The post Om de jaarruimte te berekenen voor het jaar 2015 moet bij een pensioenleeftijd van 67 jaar in 2014 en 2015 volgens de fiscale regels de pensioen aangroei van 2014 vermenigvuldigd worden met factor 37/40. Dit omdat onder het Witteveen 2015 regime wordt uitgegaan van een opbouwperiode van 40 jaar, terwijl dit onder het VAP-regime (wet Verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd) 37 jaar was. Gebleken is echter dat niet alle pensioenuitvoerders deze correctiefactor toepassen bij de opgave van de A-factor in het UPO. De Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars hebben hun leden daarom expliciet verzocht in de toelichting van het UPO (voor zover de correctiefactor niet is toegepast) de volgende passage toe te voegen: “Let op: als gevolg van de wettelijke wijziging van de maximale pensioenopbouw is de jaarruimte voor lijfrenteaftrek beperkt. U mag de factor A corrigeren om uw jaarruimte te bepalen. De correctiefactor die u mag toepassen is 37/40. De factor A die u gebruikt voor de jaarruimte is dus 37/40 x de opgegeven factor A op dit Pensioenoverzicht.” appeared first on Pensioen.com.

Pensioen.com

Kamer wil lijfrente in Pensioenregister

Staatssecretaris Klijnsma gaat bekijken of lijfrentes ook kunnen worden betrokken bij de indicatie van het toekomstige pensioeninkomen in het Pensioenregister. Ze ziet er van af om een financiële planner te introduceren, omdat zo’n instrument het register te ingewikkeld zou maken.

Klijnsma zei dit onlangs in de Tweede Kamer tijdens de behandeling van het Wetsvoorstel Pensioencommunicatie. Geen enkele fractie liet weten overwegende bezwaren te hebben. Het wetsontwerp voorziet onder meer in een verbeterde versie van het Pensioenregister dat de deelnemers, in drie verschillende scenario’s (zie hieronder), een indicatie geeft van het totaal te bereiken bedrag samengesteld uit de AOW plus aanvullende pensioenen. Het geeft verder inzicht in de keuzemogelijkheden voor aanvullende maatregelen, en de gevolgen van belangrijke gebeurtenissen. Pensioen 1-2-3 vervangt de huidige startbrief voor nieuwe werknemers, en geeft – in lagen – de belangrijkste kenmerken van de pensioenregeling weer. De eigen website van pensioenuitvoerders moet in elk geval Pensioen 1-2-3 bevatten, en informatie geven over de uitvoeringskosten, het jaarverslag, de jaarrekening, het pensioenreglement en de uitvoeringsovereenkomst.

Klijnsma beloofde in de Kamer dat zij zou nagaan of het Pensioenregister, bij het berekenen van toekomstige pensioenrechten, ook kan uitgaan van een hogere pensioenleeftijd dan 67 jaar Ze zei ook welwillend te staan tegenover het zichtbaar maken van het werkgeversaandeel in de pensioenpremie. Verder zei zij ook te zullen nagaan of er een  alternatief is voor een centrale ‘berichtenbox’, waarin startbrieven en UPO’s – als hard bewijs voor toegezegde pensioenrechten – in een beveiligde omgeving kunnen worden bewaard. CDA’er Pieter Omtzigt had daarop aangedrongen, maar de staatssecretaris vond zijn suggestie te duur en min of meer overbodig, ‘omdat de meeste uitvoerders en de rijksoverheid ook al zo’n berichtenbox hebben’. Ze liet zich wel positief uit over Omtzigts wens om het UPO ook informatie te laten geven over nabestaandenpensioen. Op aandringen van de VVD zegde de staatssecretaris toe de informatiewebsite Pensioenkijker te optimaliseren en andere overheidsgerelateerde websites over pensioenen te actualiseren. VVD, PvdA en D66 drongen aan op een beperking van het aantal informatiekanalen over pensioen door het samenvoegen van functies.

De staatssecretaris zei ook welwillend te staan tegenover de wens van beide regeringsfracties om pensioenuitvoerders niet te verplichten tot openbaarmaking van al hun pensioenregelingen. Dat zou duur en ingewikkeld worden, zeker voor verzekeraars die wel  duizenden regelingen hebben. De bewindsvrouw uitte zich ook positief over het voorstel van PvdA en VVD om deelnemers slechts eenmaal per jaar de gelegenheid te geven om te switchen tussen digitale en schriftelijke informatieverstrekking. De nieuwe Wet Pensioencommunicatie moet per 1 juli in werking treden. Fractievoorzitter Henk Krol van 50PLUS diende een motie in die voorziet in een brede voorlichtingscampagne in samenwerking met de pensioensector. De Kamer stemt dinsdag over het wetsvoorstel en acht ingediende moties.

Bron: Pensioen Pro

The post Kamer wil lijfrente in Pensioenregister appeared first on Pensioen.com.

Pensioen.com

Kabinet beperkt plicht tot waardeoverdracht voor grote werkgever

Vooruitlopend op een grondige aanpassing van de regels voor waardeoverdracht kunnen ook grote werkgevers weigeren mee te werken aan waardeoverdracht als zij € 15.000 of meer moeten bijbetalen. Dat staat in een ontwerpbesluit met aangepaste regels voor waardeoverdracht dat staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken) naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Voorheen gold deze tegemoetkoming alleen voor kleine werkgevers. Het ontwerpbesluit moet voorkomen dat het schrappen van de termijn waarbinnen deelnemers waardeoverdracht moeten aanvragen, leidt tot onbedoelde neveneffecten. Onder de oude financiële spelregels gold een termijn van zes maanden voor waardeoverdracht. In het nieuwe financieel toetsingskader is die beperking weg. Er is nog wel een uitzondering: als deelnemers pensioenaanspraken willen overdragen aan een pensioenfonds waar zij pensioen zijn gaan opbouwen vóór 1 januari 2015, de ingangsdatum van het nieuwe financieel toetsingskader, dan geldt de termijn van zes maanden wel.

Een commissie van de Nederlandse Orde van Advocaten adviseerde het kabinet in november 2014 om de bijbetalingsplicht voor werkgevers helemaal te schrappen. Het kan gebeuren dat werkgevers die net buiten de definitie van kleine werkgever vallen, jaren na het afscheid van een werknemer tienduizenden euro’s moeten betalen voor waardeoverdracht, aldus de commissie. Die bedragen staan in geen verhouding ‘tot de over te dragen pensioenaanspraken of het met de waardeoverdracht te dienen belang, dat feitelijk meestal niet meer inhoudt dan het samenvoegen van verspreid opgebouwde pensioenen, uit praktische overwegingen’.

Behoud van het recht op waardeoverdracht is prima, maar deelnemers die daarvoor kiezen moeten dat dan maar voor eigen rekening en risico doen, zo luidde de conclusie. In het ontwerpbesluit komt staatssecretaris Klijnsma deels tegemoet aan de kritiek. Zij ziet ook het risico dat werkgevers meer moeten bijbetalen. ‘Dat komt’, zegt ze ‘vooral omdat veel  verzekeringscontracten in het verleden zijn gebaseerd op een rekenrente van 3% terwijl vanaf 1 januari 2015 de wettelijke rekenrente voor waardeoverdracht is verlaagd van 2,785% (2014) naar 2,156%.’

Het is de bedoeling dat het ontwerpbesluit met terugwerkende kracht gaat gelden vanaf 2015, als tijdelijke oplossing, in afwachting van fundamentele herziening van de waardeoverdracht. Vóór de zomer stuurt zij de uitkomsten van onderzoek naar de herziening aan de Tweede Kamer.

Bron: Pensioen Pro

The post Kabinet beperkt plicht tot waardeoverdracht voor grote werkgever appeared first on Pensioen.com.

Pensioen.com