Kantonrechtersformule, bepaling hoogte gouden handdruk


In het kader van de beëindiging van een arbeidsovereenkomst kan de werkgever een financiële tegemoetkoming verstrekken. Deze zogenaamde gouden handdruk is ter compensatie van eventueel verlies van inkomen en/of pensioenopbouw. Er zijn geen vaste regel voor het vastellen van de hoogte van de gouden handdruk.

Twee gangbare reken methodieken zijn:

Kantonrechtersformule:
Vanaf januari 1997 hanteren Kantonrechters de kantonrechtersformule voor het vaststellen van de schadeloosstelling. Deze formule staat ook wel bekend als de ABC-formule en wordt ook veelvuldig door het bedrijfsleven toegepast.

De kantonrechtersformule is als volgt:
S = a x b x c
S = hoogte schadeloosstelling

a = aantal gewogen dienstjaren
tot 40 jaar = factor 1
40-50 jaar = factor 1.5
50+ = factor 2

b = beloning, bruto salaris all-in
c = correctiefactor

De uitkomst van a x b kan worden verhoogd of verminderd met een bepaalde factor (=c), afhankelijk van de mate van verwijtbaarheid.

Voorbeeld:
U wordt ontslagen op uw 55-ste jaar en uw laatste bruto all-in salaris was 48.000 per jaar, dus 4.000 per maand gemiddeld. U was 35 jaar toen u in dienst trad.

Berekening kantonrechtersformule (ABC-formule) (c=1) :
35 - 40 jaar = 05 jaar x 4.000 x 1.0 = 20.000
40 - 50 jaar = 10 jaar x 4.000 x 1.5 = 60.000
50 - 55 jaar = 05 jaar x 4.000 x 2.0 = 40.000
Totaal schadeloosstelling = 120.000

Als u bijvoorbeeld 63 jaar bent en u hebt 30 jaar gewerkt, zou u op basis van de ABC-formule een hoog bedrag ontvangen, terwijl u eigenlijk nog maar twee jaren (tot 65ste jaar) nog te gaan hebt. In dit geval wordt gekeken wat het werkelijk inkomensverlies is tot aan de 65-jarige leeftijd.

Mocht de hoogte van uw gouden handdruk lager zijn dan de uitkomst van de kantonrechtersformule is het wellicht verstandig om een advocaat in te schakelen.

Suppletiemethode:
Naast de Kantonrechterformule wordt de suppletiemethode veelvuldig toegepast door het bedrijfsleven.

De suppletiemethode gaat er vanuit dat de (ex)werknemer een bepaald inkomen (norminkomen) nodig heeft gedurende de werkloosheidsperiode. De hoogte van het norminkomen wordt vaak gerelateerd aan het laatste salaris, bijv. 70% van het laatst verdiende loon.

Het norminkomen is al dan niet inclusief de werkloosheidsuitkeringen.
Als het norminkomen inclusief de werkloosheidsuitkeringen is, is de schadeloosstelling het verschil tussen het norminkomen en de werkloosheidsuitkeringen. Het verschil wordt vervolgens contant gemaakt. Contante waarde is de waarde van een toekomstige kapitaalseenheid, rekening houdend met rente.

Voorbeeld:
Laatste salaris € 4167 bruto per maand all-in (gemiddeld)
Norminkomen 70% x 4167 = 2.917

 DuurNormUitkeringVerschilCont.waarde
WW-loongerelateerd 48 maanden 2.9172.436 48120.959
WW-vervolg 24 maanden 2.9171.3031.61431.226
IOAW 24 maanden 2.9171.2871.63029.156
Schadeloosstelling81.341

Dit voorbeeld is van 2002. Voorbeeld gouden handdruk 2006.