De Algemene Ouderdomswet (AOW) is in werking getreden in 1957 en heeft
tot doel om iedere Nederlandse ingezetene tegen financiële gevolgen van
ouderdom te verzekeren.
Verzekerden voor de AOW:
Iedereen die rechtmatig in Nederland woont is in principe verzekerd voor
de AOW. Het is niet noodzakelijk dat u inkomen geniet en nationaliteit
speelt geen rol. Diegene die in Nederland woont maar in het buitenland
werkt, is voor de AOW verzekerd mits hij onder de Nederlandse loonbelasting
valt.
Opbouw AOW:
Het AOW-pensioen gaat in op 65-jarige leeftijd. Om voor het maximale
AOW-pensioen in aanmerking te komen moet u 50 jaar verzekerd zijn
geweest, d.w.z. u dient onafgebroken vanaf uw 15de tot en met uw 65ste jaar
in Nederland te hebben gewoond of gewerkt. Voor ieder verzekerd jaar bouwt
u 2% van het volledige AOW-pensioen op.
Voor ieder jaar dat u niet verzekerd bent voor de AOW, omdat u bijvoorbeeld
niet in Nederland woonde, wordt een korting toegepast van 2% per jaar.
Hoogte AOW
De hoogte van de AOW, gebaseerd op het minimumloon, is afhankelijk van het
aantal verzekerde jaren, uw leefsituatie en of u en uw partner zorgdragen voor
één of meer kinderen onder de 18 jaar.
Als u gehuwd bent of samenwoont, hebben beiden (individueel) recht op AOW.
Als uw partner jonger is dan 65 jaar en u bent geboren voor 1950, komt u in aanmerking
voor een toeslag. De toeslag is afhankelijk van het inkomen van uw partner.
Een deel van dat inkomen wordt vrijgelaten.
Korting i.v.m. niet verzekerde jaren:
Als u vanaf uw 15de jaar in het buitenland heeft gewoond of gewerkt en de AOW-verzekering
is niet vrijwillig voortgezet, wordt de AOW met 2% per jaar gekort.
AOW-gat:
De AOW is aangepast: als u geboren bent na 01 januari 1950 en u
hebt een jongere partner, komt u als u 65 jaar wordt niet meer in aanmerking
voor de toeslag. Dit is dus ONAFHANKELIJK van het inkomen van uw partner.
Alleen vanwege het feit dat u geboren bent na 01 januari 1950, komt u niet meer
in aanmerking voor de toeslag.
Huidige regeling voor AOW-toeslag:
Momenteel is in de AOW geregeld dat een ieder recht heeft
op een individuele AOW-uitkering van 50%. Samen heeft een
(echt)paar dus 100%. Als u 65 jaar wordt en u heeft een jongere partner,
komt u in aanmerking voor een AOW-toeslag; de hoogte hiervan is
afhankelijk van het inkomen van uw partner.
Als uw jongere partner geen inkomen heeft, is de hoogte van
de AOW-toeslag gelijk aan de individuele uitkering. Totaal krijgt
u dus 100%.
Regeling vanaf 2015:
Het is nu al geregeld dat in het jaar 2015 de AOW-toeslag wordt
afgeschaft. Dit betekent dat, als u 65 jaar wordt in of na het
jaar 2015 en u heeft een jongere partner, u geen recht meer
heeft op de AOW-toeslag. Of uw partner wel of geen inkomen
geniet, doet niet terzake. U krijgt maar 50% AOW.
Meer over AOW bedragen.