Brief over verhoging pensioenpremie

3-2-2012

Alle werkgevers die zijn aangesloten bij Stichting Pensioenfonds Wonen ontvangen een brief over de premies.

In de brief leest u dat de premies in 2012 zijn verhoogd. Deze maatregel is nodig omdat Stichting Pensioenfonds Wonen last heeft van de economische crisis. Net als veel andere pensioenfondsen in Nederland.

Hier kunt u de brief aan de werkgevers direct lezen:

brief Premieaanpassing 2012.

Pensioen en scheiding

Ik ben enkele jaren geleden gescheiden.
Welke gevolgen heeft dat voor mijn pensioen? Heeft mijn ex-vrouw ook recht op mijn pensioen dat is opgebouwd voordat wij trouwden?

Voor echtscheidingen die na 30 april 1995 zijn ingeschreven bij de burgerlijke stand geldt de Wet verevening pensioenrechten. Deze wet bepaalt dat het pensioen bij scheiding wordt ‘verevend’. De ex-partners krijgen ieder recht op de helft van het pensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd.

Uw ex ontvangt dit pensioen vanaf het moment dat u met pensioen gaat. Als u de scheiding binnen twee jaar heeft aangemeld bij uw pensioenfonds, betaalt dit fonds het pensioendeel rechtstreeks aan uw ex. Is dat niet het geval, dan moet u later zelf dat pensioendeel aan uw ex overmaken.

Mocht uw ex eerder komen te overlijden, dan krijgt u weer recht op het volledige pensioen. Komt u eerder te overlijden, dan heeft uw ex mogelijk recht op een bijzonder nabestaandenpensioen. Dat hangt af van de pensioenregeling.

Uw pensioen is aan de beterende hand

Een jaar geleden ontstond er paniek in pensioenland. Door een bar slecht 2008 voor de aandelenbeurzen (de AEX-index leverde 52 procent in) én een ingezakte rente daalden de dekkingsgraden van de meeste van de 550 Nederlandse pensioenfondsen tot onder de kritische grens. Deze grens voor de dekkingsgraad is door de toezichthouder, De Nederlandsche Bank (DNB), op 105 procent gesteld. Een dekkingsgraad van 100 procent betekent dat de waarde van de bezittingen gelijk is aan de verplichtingen. Anders gezegd: als er €100 is, kan het fonds €100 aan pensioen uitkeren. Dat lijkt afdoende, maar omdat pensioenfondsen ook kosten maken, geldt die 105 procent als minimumgrens. Maar zelfs met die graad is er in principe nog geen geld om de pensioenen mee te laten stijgen met de inflatie: het zogeheten indexeren.

Indexeren bij 130

Volledige indexering kan pas bij dekkingsgraden boven de 130 procent. En dat zou dus het streven moeten zijn van de pensioenfondsen. Want een paar procent per jaar inleveren door de inflatie lijkt niet veel, maar als dat jaar na jaar gebeurt, kan het u, uitgesmeerd over uw totale aantal pensioenjaren, tienduizenden euro’s kosten. Onder druk van DNB haalden de fondsen de afgelopen tijd alles uit de kast om hun financiële positie te verbeteren: de premies gingen omhoog, vaak bleef indexering uit en achttien fondsen moesten plannen maken om de pensioenen te verlagen. Sindsdien zit het de fondsen weer mee. In 2009 veerden de aandelenbeurzen op, de rente steeg, wat gunstig is voor het rendement op obligaties en voor de dekkingsgraad. De enige kink in de kabel is de gestegen levensverwachting, waardoor de fondsen langer moeten uitkeren. Mede daardoor zit de dekkingsgraad van veel fondsen nog onder de 105 procent.

Dekkingsgraad

We onderzochten de dekkingsgraad van 102 van de grootste fondsen. 43 daarvan zitten onder deze kritische grens. Slechts twee fondsen zitten echt veilig dat zijn Spoorwegpensioenfonds en Huisartsen. De rest zit er tussenin. Dat is niet best, maar wel veel beter dan oktober vorig jaar. In vergelijking daarmee staan 98 van de 102 fondsen er nu beter voor. Die dekkingsgraden liggen overigens niet voor het oprapen. De peildatum van de dekkingsgraden varieert sterk. De meest recente zijn van begin 2011, de oudste van augustus 2010. Er bestaat geen verplichting om de dekkingsgraden aan het publiek kenbaar te maken. Maar het geeft te denken dat er fondsen zijn die niet beter kunnen of willen informeren. Wat betekent dit alles nu voor uw pensioen? De pensioenkassen zijn – met dank aan de opverende beurzen – beter gevuld. Naar eigen zeggen liggen ze sinds begin 2011 ook op koers met hun herstelplannen. Dat is allemaal goed nieuws. Alleen vraagt DNB om een extra reserve en soms om aanvullende maatregelen.

Opnieuw korten

Daardoor zijn er van de achttien fondsen die hun pensioenen moesten verlagen, nog vier over die wellicht opnieuw moeten korten: de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Vlees- en Vleeswarenindustrie en de Gemaksvoedingsindustrie, Stichting Pensioenfonds Cultuur, Pensioenfonds Royal Leerdam en Stichting ISS Pensioenfonds. Dit raakt wellicht 5000 gepensioneerden en (later) 85.000 deelnemers. Dat is nog niet zeker, omdat een stijgende rente en/of betere resultaten op de beurs ervoor kunnen zorgen dat ook deze fondsen hun zaakjes boekhoudkundig nog op tijd in orde krijgen. De stijgende inflatie zou volgens sommige deskundigen weleens redding kunnen bieden, omdat dit vaak een voorbode is voor een stijgende rente. Deze maand verschijnt een nieuwe rapportage van DNB over de stand van zaken bij de pensioenfondsen. Dan zal meer duidelijk worden over het indexeren en eventueel korten door pensioenfondsen.

Hebben de fondsen 145 miljard verspeeld?

Nederlandse pensioenfondsen presteerden de laatste twintig jaar slecht en daardoor is €145 miljard verloren gegaan, oftewel €20.000 per pensioendeelnemer. Dat meldde althans de tv-rubriek Zembla. Fondsen zijn steeds meer in aandelen gaan beleggen en met name door de beurscrises in 2002 en 2008 is de vermogenspositie uitgehold. Daar kwam bij dat bedrijfsleven én overheid veel geld uit de fondskassen haalden. Was dit niet gebeurd, dan zou er volgens Zembla €799 miljard meer in kas zijn. En de dekkingsgraad zou 240 procent zijn geweest, nu is dat gemiddeld ruim 100 procent. Over de conclusies van Zembla is ophef ontstaan.

Minister Kamp (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) stelde in antwoord op vragen uit de Tweede Kamer zich niet te herkennen in het onderzoek. Ook de Pensioenfederatie zet vraagtekens bij de conclusies, omdat bedrijfstakpensioenfondsen juist bovengemiddeld zouden presteren en niet ondergemiddeld. Als alleen risicoloos was belegd, zouden de pensioenpremies nu veel hoger en de pensioenuitkeringen veel lager zijn geweest, verdedigt de federatie de keuze voor meer aandelen. Pensioenhoogleraar Guus Boender van de Amsterdamse Vrije Universiteit stelt ook dat risicovoller beleggen op termijn meer oplevert. “Beleggingen in risicovrije overheidsleningen uit Duitsland en Nederland leverden van 1990 tot en met 2009 6,5 procent per jaar op, terwijl pensioenfondsen 6,9 procent rendement scoorden.”

Extra sparen voor uw pensioen

Uw pensioenfonds staat er slecht voor, wat nu? Krijgt u al pensioen, dan zijn uw mogelijkheden beperkt. Bijsparen kan niet meer, dus zit er niet veel meer op dan uitgaven aanpassen. Bent u nog niet met pensioen, dan kunt u extra pensioensparen met een lijfrente, met banksparen, met bijstorten in uw eigen pensioenfonds of via de levensloopregeling. Bijstorten in uw eigen pensioenfonds is niet slim als het fonds
er slecht voor staat. Want dan bestaat de kans dat u minder terugkrijgt dan u stort. De premies van lijfrentepolissen en banksparen zijn aftrekbaar als sprake is van een ‘pensioentekort.’ Op www.belastingdienst.nl staat een calculator waarmee u kunt berekenen of u aanmerking komt voor dit fiscale voordeel.

Klik op deze afbeelding om hem uit te vergroten:

Lees ook:

  • Hoeveel mag ik bijverdienen naast mijn AOW-pensioen?
  • Twaalf misverstanden over pensioenen

Stichting Pensioenfonds Wonen niet bij probleemgroep

20-8-2010

Stichting Pensioenfonds Wonen hoort niet bij deze pensioenfondsen die volgens de maatregel van Minister Donner moeten korten op pensioenuitkeringen. Veertien pensioenfondsen waarvan het financieel herstel niet voldoende toereikend is, zijn op korte termijn verplicht om ingrijpende maatregelen te nemen. Dit maakte Minister Donner (Sociale zaken en Werkgelegenheid) dinsdag bekend. In dit bericht leest u over de financiële situatie van dit pensioenfonds.

Herstelplan levert voldoende resultaat

Begin 2009 heeft Stichting Pensioenfonds Wonen een herstelplan opgesteld. Dit plan is goedgekeurd door De Nederlandsche Bank. Dit was nodig omdat ook de financiële situatie van ons pensioenfonds flink verslechterd was. In het herstelplan legt het pensioenfonds uit hoe het weer financieel gezond wil worden. Het herstel van de financiële situatie van het pensioenfonds verloopt volgens dit plan.

Dekkingsgraad 98,5%

Uiteindelijk moet de dekkingsgraad van pensioenfondsen minimaal 105% zijn. De dekkingsgraad geeft aan hoe het pensioenfonds er financieel voorstaat*. Eind juli was de dekkingsgraad van Stichting Pensioenfonds Wonen 98,5%. Dit is zoals beoogd in het herstelplan. Wel heeft het bestuur zich gerealiseerd dat indien het herstel trager zou verlopen dan het herstelplan aangeeft, er aanvullende maatregelen getroffen moeten worden.

Hebt u vragen over dit bericht en bent u aangesloten bij het pensioenfonds? Neemt u dan contact op met het Klant Contact Center op telefoonnummer 030 245 39 22.

*De dekkingsgraad is de verhouding tussen het geld dat het pensioenfonds in kas heeft en de pensioenen die uitgekeerd moeten worden. Bij een dekkingsgraad van 100% heeft het fonds precies genoeg geld om alle pensioenen nu en in de toekomst uit te betalen.

Emigreren na uw pensioen

Droomt u van een leven in het buitenland? Ziet u zichzelf al zitten onder een palmboom of in een romantisch bergdorp? Met dromen alleen komt u er niet. Wat u nodig hebt, is een scherpe blik om uw weg te vinden in de wereld van wetten, hypotheken en makelaars.

Emigreren

De laatste jaren vertrekt een toenemend aantal 55-plussers naar het buitenland. In 1995 waren het er nog 6000, in 2005 maar liefst 10.000. Populaire landen onder senioren zijn Frankrijk en Spanje, maar ook buurlanden Duitsland en België zijn in trek. De grootste groep emigranten bestaat nog steeds uit twintigers en dertigers, die vooral uit economische motieven vertrekken. De emigratie is echter onder ouderen het sterkst gestegen. Uit onderzoek (Immo International) blijkt dat emigranten hun keuze laten bepalen door het klimaat, de afstand, de prijs van de huizen en de rust en schoonheid van het landschap. In welk land ze uiteindelijk terechtkomen, is van minder belang.

Verblijfsvergunning

Wanneer u over de grens gaat wonen, hebt u om te beginnen een verblijfsvergunning nodig. Deze vraagt u aan bij de ambassade of het consulaat van het land waar u wilt gaan wonen. Elk land zal eigen eisen stellen. Soms zult u bijvoorbeeld een verklaring van goed gedrag moeten overleggen of een gezondheidsverklaring. De laatste jaren is het eenvoudiger geworden om te verhuizen binnen de Europese Unie. Voor landen daarbuiten is de procedure doorgaans lastiger. Een beknopt overzicht met de regels per land (helaas nog niet compleet) is te vinden op www.verhuisadvies.nl. Om het precies te weten, neemt u contact op met de ambassade van het land.

Papierwinkel

Bij emigratie moet u rekening houden met heel wat administratieve rompslomp. Denk aan:

  • het afsluiten van nieuwe of aanvullende verzekeringen
  • het regelen van zaken rond pensioen en AOW
  • het opzeggen van abonnementen
  • uitschrijving uit het bevolkingsregister.

Belastingen

Als u emigreert, blijft u in veel gevallen belastingplichtig in Nederland. Bijvoorbeeld wanneer u inkomsten uit Nederland ontvangt, zoals pensioen- of sociale uitkeringen, of wanneer u in Nederland onroerend goed bezit. Wat uw huis betreft krijgt u vaak te maken met de buitenlandse fiscus. Nederland heeft met bepaalde landen verdragen gesloten, op grond waarvan dat land een sterker heffingsrecht heeft. Vanwege de gecompliceerde regels is een goede adviseur aan te raden. Ook is het verstandig om naar uw belastingkantoor te gaan. Daar krijgt u hulp bij het afhandelen van lopende belastingzaken, zoals de betaling van openstaande aanslagen en stopzetting van de voorlopige teruggaaf. Wanneer u uw auto meeneemt naar het buitenland, moet u het kenteken afmelden bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Zeker doen: kijk op www.
belastingdienst.nl of vraag bij de Belastingdienst de folder over emigreren aan.
Het is verstandig om een familielid of kennis te zoeken die na uw vertrek uw zaken in Nederland waarneemt. Dat is handig wanneer er dingen geregeld moeten worden met banken, verzekeringsmaatschappijen, de Belastingdienst of uitkerende instanties.

Gevolgen voor uw AOW

Verhuizen naar het buitenland kan gevolgen hebben voor uw AOW. Het is niet zomaar mogelijk een Nederlandse sociale zekerheidsuitkering naar ieder land mee te nemen. Uw uitkering kan worden verlaagd of zelfs helemaal gestopt als u buiten Nederland gaat wonen.
Dit is onder andere het gevolg van de wet Beperking Export Uitkeringen (BEU). De gedachte hierachter is dat de overheid alleen nog uitkeringen in een ander land wil betalen, als er met dit land goede afspraken zijn gemaakt over controle op die uitkeringen.
Als er geen goede afspraken zijn, ontvangt een alleenstaande 50 procent van het netto minimumloon in plaats van 70 procent. Een gehuwde of samenwonende met een jongere partner ontvangt ook 50 procent én geen toeslag. Voor twee gehuwden of samenwonenden verandert er niets. Zij ontvangen beiden 50 procent. Voor EU/EER-landen en voor verdragslanden zullen er meestal geen problemen zijn. Het is wel raadzaam hierover vooraf bij de SVB informatie in te winnen.

EU/EER

België, Bulgarije, Cyprus 
(Griekse deel), Denemarken, 
Duitsland, Estland, Finland, 
Frankrijk, Griekenland, Groot-
Brittannië, Hongarije, Ierland, 
IJsland, Italië, Liechtenstein, 
Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Noorwegen, Oostenrijk, 
Polen, Portugal, Roemenië, 
Slovenië, Slowakije, Spanje, 
Tsjechië, Zweden en Zwitserland.

Verdragslanden

Argentinië, Aruba, Australië, Belize, Bolivia, Botswana, Brazilië, Canada, Chili, Costa Rica, Ecuador, Egypte, Filippijnen, Gambia, Hongkong, Indonesië, Israël, Jordanië, 
Kaapverdië, Kroatië, Macedonië, Mali, Marokko, Monaco, Nederlandse Antillen, Nieuw-Zeeland, 
Pakistan, Panama, Paraguay, 
Québec, Suriname, Thailand, 
Tunesië, Turkije, Uruguay, Verenigde Staten, Zuid-Afrika en Zuid-Korea. Met diverse landen lopen onderhandelingen.

Uw huisdier mee?

Sinds 2004 gelden binnen de EU bepaalde regels voor meereizende huisdieren. Uw hond of kat moet zijn ingeënt tegen hondsdolheid, herkenbaar zijn via een identificatiechip of tatoeage en in het bezit zijn van een Europees dierenpaspoort.

Informatie

emigratie.startpagina.nl
ambassade.startpagina.nl
woning.startpagina.nl
hypotheek.startpagina.nl

Hoe staat het pensioenfonds er eind juni 2011 voor?

15-7-2011

Het bestuur van Stichting Pensioenfonds Wonen houdt u graag op de hoogte van de stand van de dekkingsgraad. De dekkingsgraad is een aanwijzing voor de financiële gezondheid van het pensioenfonds. Eind juni 2011 was de geschatte dekkingsgraad 95,7%.

Minimaal vereiste dekkingsgraad

De dekkingsgraad is de verhouding tussen het vermogen van het fonds en de pensioenen die het fonds nu en in de toekomst moet uitbetalen. De toezichthouder, de Nederlandsche Bank (DNB), heeft de minimaal vereiste dekkingsgraad voor Stichting Pensioenfonds Wonen vastgesteld op 104,6%.

Meer weten?

Meer over de dekkingsgraad en de financiële situatie van het pensioenfonds leest u bij financiële situatie.

Hoe staat het pensioenfonds er eind september 2011 voor?

7-10-2011

Het bestuur van Stichting Pensioenfonds Wonen houdt u graag op de hoogte van de stand van de dekkingsgraad. De dekkingsgraad is een aanwijzing voor de financiële gezondheid van het pensioenfonds. Eind september 2011 was de geschatte dekkingsgraad 91,3%.

Minimaal vereiste dekkingsgraad

De dekkingsgraad is de verhouding tussen het vermogen van het fonds en de pensioenen die het fonds nu en in de toekomst moet uitbetalen. De toezichthouder, de Nederlandsche Bank (DNB), heeft de minimaal vereiste dekkingsgraad voor Stichting Pensioenfonds Wonen vastgesteld op 109,1%.

Meer weten?

Meer over de dekkingsgraad en de financiële situatie van het pensioenfonds leest u bij financiële situatie.  

AOW-toeslag voor partners gaat verdwijnen

  • Bereken hoe groot uw AOW-gat straks is met onze rekenhulp

Dit jaar, 2009, is de niet-werkende partner van een AOW’er goed voor een toeslag van zo’n €600 netto per maand, exclusief vakantiegeld. De AOW-ontvanger krijgt de toeslag bovenop zijn eigen AOW van eveneens zo’n €600 netto. Samen krijgt het stel dus zo’n €1200, afgezien van eventueel aanvullend pensioen van een pensioenfonds. Dit jaar krijgen zo’n 180.000 AOW-ontvangers een toeslag voor hun jongere partner.

Over zes jaar, in 2015, vervalt de AOW-toeslag voor zogeheten ‘nieuwe gevallen’. Wie 65 wordt in of na 2015, krijgt dus alleen nog zijn eigen AOW. Voor een niet-werkende jongere partner bestaat dan geen toeslag meer. Ongeveer 68.000 nieuwe AOW’ers krijgen in 2015 te maken met het verdwijnen van deze partnertoeslag. AOW-ontvangers die al 65 zijn geworden vóór 2015 houden het recht op de toeslag.

Geen paniek


Een bedrag van €600 per maand mislopen is niet niks. Toch is er voor grote groepen mensen van 59 jaar of jonger niet zoveel aan de hand is. Als de jongere partner eigen inkomsten heeft, is het recht op de toeslag ook nu al beperkt.

Bij een inkomen uit werk van meer dan €1230 bruto per maand ver­valt de toeslag helemaal. Net als bij een arbeidsongeschiktheidsuitkering of prepen­­sioen van maandelijks €690 bruto.

Of u het afschaffen van de toeslag gaat voelen, hangt ook af van uw pensioenregeling. In een aantal pensioenregelingen heeft men de afgelopen jaren al rekening gehouden met een lagere AOW, waardoor het opgebouwde pensioen omhoog is gegaan (zie het rekenvoorbeeld aan het einde van dit artikel). Of dat voor u geldt, kunt u navragen bij uw pensioenfonds.

Krijgt ú last van een AOW-gat?

Beantwoord de volgende vier vragen om er snel achter te komen of u last krijgt van een AOW-gat.

1. Bent u getrouwd of woont u samen?

a. Ja. Ga door naar vraag 2.
b. Nee. U bent alleenstaand. Voor u verandert er niets.

2. Is de oudste van u beiden na 1949 geboren?
a. Ja. Ga door naar vraag 3.
b. Nee. De oudste wordt 65 jaar vóór 2015. Voor u verandert er niets.

3. Heeft de jongste van u beiden een eigen inkomen ter hoogte van minimaal het minimumloon?
a. Ja. Het is belangrijk dit inkomen te behouden totdat de jongste zelf 65 jaar wordt. De oudste zal in 2015 namelijk geen recht hebben op een partnertoeslag.
b. Nee. U zult op het moment dat de oudste 65 jaar wordt geen partnertoeslag krijgen. ­Ga door naar vraag 4.

4. Is de pensioenregeling van de oudste aangepast op het vervallen van de AOW-toeslag?
a. Ja. U mag een hoger aanvullend pensioen verwachten, dat het vervallen van de toeslag (gedeeltelijk) compenseert.
b. Nee. U krijgt te maken met een ‘gat’ in uw pensioenvoorziening van maximaal €600 netto per maand.

Maatregelen


Bent u slachtoffer van de afschaffing van de AOW-partnertoeslag? Probeer dan eerst om de omvang van het probleem in kaart te brengen. Is het leeftijdsverschil minimaal, dan is de schade te overzien. Vanaf het moment dat de jongste ook 65 wordt, gaat hij of zij zelfstandig AOW ontvangen en is het gat weer gedicht. Bij grotere leeftijdverschillen, is het raadzaam de grootte van het tekort eens uit te rekenen. Verdient de jongste nu bijvoorbeeld netto €400 per maand, dan bedraagt het ‘gat’ €200. Is de jongste een jaar jonger dan de oudste, dan is de totale schade 12 x 200 = €2400.

Maar vergeet de lichtpuntjes niet: ook uw uitgaven kunnen straks zijn gedaald door een (bijna) afgeloste hypotheek of inmiddels afgestudeerde kinderen.

Blijft er toch een tekort over? Dan zijn een paar oplossingen mogelijk. De eerste optie is dat de jongste gaat werken. De arbeidsmarkt zit echter niet te springen om oudere werknemers, zeker niet als ze een tijd niet hebben gewerkt. De tweede oplossing is spaargeld aanspreken, als u dat beschikbaar hebt. Zo niet, dan hebt u vanaf nu nog zes jaar de tijd om dit op te bouwen.
Ten slotte kan de oudste langer blijven doorwerken. Het financiële voordeel is groot: u blijft uw salaris ontvangen, u gaat AOW ontvangen én uw pensioen groeit verder aan. Niet alle werkgevers werken mee aan het in dienst houden van 65-plussers, maar daar kan in het volgende decennium verandering in komen. De verwachting is dat arbeidskrachten steeds schaarser worden, dus een 65-plusser die door wíl werken, zal dat steeds vaker ook mogen. Bovendien zijn er plannen om het mogelijk te maken de AOW uit te stellen. Voor ieder jaar dat u de AOW later in laat gaan wordt de uitkering ongeveer 5 procent hoger. Ook dat tikt aan.

Magische 70 procent

Pensioen, dat is toch 70 procent van je laatst verdiende inkomen? Bij veel mensen zit dat percentage van 70 goed tussen de oren. Een derde denkt dat de AOW 70 procent van het laatst verdiende loon zal bedragen, zo blijkt uit onderzoek dat het Ministerie van Sociale Zaken heeft laten uitvoeren. Maar hoe zit het nou echt?

De AOW (Algemene Ouderdomswet) is de basisvoorziening voor het oudedagsinkomen van iedereen in Nederland. Werknemers bouwen, bovenop de AOW, pensioen op. Uitgangspunt is dat het inkomen na het bereiken van de 65-jarige leeftijd 70 procent van het gemiddelde loon bedraagt.
In de praktijk lukt dat echter vaker niet dan wel, bijvoorbeeld door wisseling van baan of door een sobere pensioenregeling.

Verzekeraars hebben het afgelopen decennium flink aan de weg getimmerd om het AOW-gat onder de aandacht van het publiek te brengen om zo meer koopsom-polissen te verkopen. Ook door zelf te sparen op een gewone spaarrekening, via een bedrijfsspaarregeling of door middel van banksparen kunt u uw pensioen aanvullen. Op die manier hebt u de grootste kans daadwerkelijk 70 procent van uw laatst verdiende inkomen te behalen.

Grijze meid?

Een grijze meid is op het verdwijnen van de partnertoeslag voorbereid. Kent u die campagne, bedoeld om 50-plus vrouwen erop te wijzen dat ze hun eigen geld moeten verdienen? Nee natuurlijk. De campagne is ook niet gevoerd. Want hoewel de afschaffing van de partnertoeslag al in 1996 was beklonken – Plus Magazine schreef er ook toen al over – heeft de overheid geen grootscheepse publieksvoorlichting op touw gezet.

Nu 2015 met rasse schreden dichterbij komt, blijkt dat veel stellen zich inderdaad niet hebben voorbereid op het verdwijnen van de partnertoeslag. Als de wiedeweerga zijn nu radiospots gemaakt, huis-aan-huis-bladen ingeschakeld en internetbanners ontworpen. Wie geboren is in 1950 en samenwoont met een jongere partner krijgt in de eerste helft van dit jaar een persoonlijk geadresseerde brief thuisbezorgd.

Rekenvoorbeeld

Hoe het AOW-inkomen kan uitpakken zonder partnertoeslag, blijkt uit het volgende rekenvoorbeeld. Een werknemer verdient per jaar €45.000. Hij rekent erop dat hij na pensionering 70 procent hiervan zal ontvangen, dus €31.500. Het pensioenfonds gaat ervan uit dat de werknemer later een volledige AOW (inclusief toeslag) gaat ontvangen en trekt daarom €24.600 van het inkomen af (de franchise).

De werknemer bouwt maar over €20.400 pensioen op. Na veertig jaar bereikt deze werknemer een pensioen van 70 procent van €20.400, dus €14.280. Samen met de AOW voor een gehuwde à €8600 en een partnertoeslag à €8600 komt deze werknemer op een bruto jaarinkomen van €31.480, wat circa 70 procent is. Zónder de partnertoeslag is het pensioeninkomen echter maar €22.880, slechts de helft van zijn laatst verdiende inkomen.

Het pensioenfonds had deze tegenvaller voor kunnen zijn door uit te gaan van een lagere AOW-franchise, zodat de werknemer over bijvoorbeeld €34.000 pensioen zou opbouwen. De pensioenpremie zou dan ook hoger zijn. Maar dat levert dan wel een aanvullend pensioen op van €23.800. Opgeteld bij een AOW voor een gehuwde – zonder partnertoeslag – bedraagt het jaarinkomen dan €32.400.

Meer informatie: Postbus 51
infolijn: T 0800-8051 (gratis) of

De in dit artikel genoemde AOW-bedragen zijn gemiddelden. Afhankelijk van de toepassing van belastingregels (met name de heffingskorting) kunnen de maandbedragen enkele tientjes lager of hoger uitvallen.

  • Bereken hoe groot uw AOW-gat straks is met onze rekenhulp

 

AOW: uw rechten en plichten

Het is zover: uw 65ste verjaardag komt eraan waardoor u recht krijgt op een AOW-uitkering. Maar hoe vraagt u die aan en wat gebeurt er als u gaat samenwonen of naar het buitenland vertrekt? Het eerste advies luidt in ieder geval: wees er op tijd bij!

AOW aanvragen

Als u in Nederland staat ingeschreven bij de gemeente, krijgt u een half jaar voordat u 65 wordt de AOW-aanvraag automatisch thuisgestuurd. Aanvragen kan ook met DigiD aan het digitale loket van de SVB. Meer dan 10 procent van de AOW-aanvragen was in 2005 digitaal. Het merendeel van de aanvragen gaat dus nog op papier. Het is verstandig de formulieren zo snel mogelijk in te vullen en op te sturen, want de verwerking kan enige tijd duren. Mocht u een maand of drie à vier voor uw 65e verjaardag nog niets hebben ontvangen, neem dan zelf contact op met de SVB. Als u in een land woont dat deel uitmaakt van de Europese Unie (EU) of de Europese Economische Ruimte (EER) of een verdragsland is, vraagt u de AOW aan in uw woonland. Welke landen dat zijn, ziet u onderaan dit artikel. Woont u in een ander land, dan vraagt u de AOW aan bij de SVB in Roermond.

Wijzigingen melden

De AOW is geen pot geld die u zelf heeft opgebouwd. Het is een volksverzekering die door de huidige belastingbetalers wordt opgebracht. Aan uw uitkering zijn voorwaarden verbonden. Zo bent u verplicht wijzigingen in uw persoonlijke omstandigheden, die invloed kunnen hebben op uw AOW-pensioen zoals samenwoning, binnen vier weken door te geven aan de SVB. Doet u dat niet, dan kan eventueel te veel betaalde AOW worden teruggevorderd. U kunt een boete krijgen en als er sprake is van bewust misbruik kan er zelfs aangifte worden gedaan. Gelukkig komt het niet vaak voor, maar het is goed dat u zich realiseert dat slordigheid en nalatigheid u duur kunnen komen te staan.
Verhuizing naar het buitenland of verblijf aldaar langer dan drie maanden, eventuele inkomsten van uw partner en wijziging in uw leefsituatie (samenwonen, scheiden) bent u verplicht te melden. Die gegevens worden regelmatig gecontroleerd. De SVB heeft toegang tot gegevens van de Belastingdienst en de gemeente.

Bijverdienen

Doorwerken als 65-plusser heeft voor uw AOW geen consequenties. U mag onbeperkt bijverdienen. Ook voor uw ouderdomspensioen heeft bijverdienen geen gevolgen.
Bij een VUT-uitkering en vervroegd pensioen kunnen er wel beperkingen zijn. Dat verschilt per regeling. Aanvankelijk was bijverdienen met een VUT-uitkering niet toegestaan. Logisch, want het idee was dat er ruimte werd gemaakt voor jongeren. Tegenwoordig kan er een maximum gesteld zijn aan de hoogte van uw bijverdienste als u met VUT of prepensioen bent.

Doorwerken

Als u na uw 65ste blijft doorwerken, hoeft uw werkgever geen WW- en WAO-premies meer af te dragen, zodat u goedkoper bent. Financieel interessant is bovendien dat u geen AOW-premie betaalt. Keerzijde is dat u geen recht heeft op een WAO-uitkering.

Naar het buitenland

Verhuizen naar het buitenland kan gevolgen hebben voor uw AOW. Het is niet zomaar mogelijk een Nederlandse sociale zekerheidsuitkering naar ieder land mee te nemen. Uw uitkering kan worden verlaagd of zelfs helemaal gestopt als u buiten Nederland gaat wonen.
Dit is onder andere het gevolg van de wet Beperking Export Uitkeringen (BEU). De gedachte hierachter is dat de overheid alleen nog uitkeringen in een ander land wil betalen, als er met dit land goede afspraken zijn gemaakt over controle op die uitkeringen.
Als er geen goede afspraken zijn, ontvangt een alleenstaande 50 procent van het netto minimumloon in plaats van 70 procent. Een gehuwde of samenwonende met een jongere partner ontvangt ook 50 procent én geen toeslag. Voor twee gehuwden of samenwonenden verandert er niets. Zij ontvangen beiden 50 procent. Voor EU/EER-landen en voor verdragslanden zullen er meestal geen problemen zijn. Het is wel raadzaam hierover vooraf bij de SVB informatie in te winnen.

EU/EER

België, Bulgarije, Cyprus 
(Griekse deel), Denemarken, 
Duitsland, Estland, Finland, 
Frankrijk, Griekenland, Groot-
Brittannië, Hongarije, Ierland, 
IJsland, Italië, Liechtenstein, 
Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Noorwegen, Oostenrijk, 
Polen, Portugal, Roemenië, 
Slovenië, Slowakije, Spanje, 
Tsjechië, Zweden en Zwitserland.

Verdragslanden

Argentinië, Aruba, Australië, Belize, Bolivia, Botswana, Brazilië, Canada, Chili, Costa Rica, Ecuador, Egypte, Filippijnen, Gambia, Hongkong, Indonesië, Israël, Jordanië, 
Kaapverdië, Kroatië, Macedonië, Mali, Marokko, Monaco, Nederlandse Antillen, Nieuw-Zeeland, 
Pakistan, Panama, Paraguay, 
Québec, Suriname, Thailand, 
Tunesië, Turkije, Uruguay, Verenigde Staten, Zuid-Afrika en Zuid-Korea. Met diverse landen lopen onderhandelingen.

Geen volledige AOW… Is daar wat aan te doen?

Dat is spijtig, want er bestaat de mogelijkheid om de AOW tijdens uw werk in het buitenland ‘gewoon’ op te bouwen. U had dat moeten melden bij de Sociale Verzekeringsbank en u had daarvoor gewoon premie moeten betalen.
Dit achteraf repareren kan, maar is meestal duurder. U moet daarvoor namelijk álle gemiste jaren inkopen (met een maximum van vijf jaar). Maar dat is zoals gezegd, niet goedkoop: u betaalt daarvoor 17,9% van het verdiende inkomen. Op www.svb.nl/aowinkoop vindt u een rekenmodule die u helpt om te bepalen of het zinvol is om AOW in te kopen.