CPB pleit voor afschaffen doorsneepremie

CPB pleit voor afschaffen doorsneepremie

Het Centraal Planbureau (CPB) heeft een lans gebroken voor het einde aan de doorsneepremie. Dat maakt het stelsel ‘doelmatiger’ en ‘beter ingericht op de veranderende arbeidsmarkt’, aldus het CPB.

In de Macro Economische Verkenning 2015 (MEV)   spreekt het CPB zich verrassend kritisch uit over een onderwerp dat politiek gevoelig ligt. Niet alleen ziet een deel van de sector de doorsneepremie als belangrijke voorwaarde voor een solidair pensioenstelsel, er hangt ook een stevig prijskaartje aan het afschaffen ervan.

Herverdeling

In het huidige stelsel betalen alle werknemers dezelfde premie voor dezelfde pensioenopbouw. Doordat het geld van jongeren langer kan renderen, betalen zij juist relatief veel. Oudere werknemers betalen daarentegen te weinig. Er vindt dus herverdeling plaats tussen jong en oud. Dit gaat goed zolang iedereen zijn loopbaan volledig afmaakt, want dan haalt een werknemer later de achterstand in. Steeds vaker kiezen werkgevers er voor om zelfstandige te worden, of ze wisselen van baan naar een werkgever met een andere pensioenregeling. Op dat moment heeft iemand dus te veel betaald voor zijn pensioenrechten.

 

Lange tijd was dit onbespreekbaar in de pensioensector, maar de laatste tijd groeit het besef dat het systeem niet langer aansluit bij de arbeidsmarkt. Maar in dat geval moet er nog een andere hobbel genomen worden. Het afschaffen van dit omslagstelsel kost € 100 miljard. Met name de generaties tussen 1960 en 1980 worden hard geraakt, omdat zij lange tijd te veel betaald hebben. Door de kosten bijvoorbeeld deels uit de indexatie te betalen, kunnen die wel over meerdere generaties gespreid worden.

 

In perspectief

Het CPB erkent dat de transactiekosten fors zijn, maar stelt dat ze wel in perspectief  moeten worden geplaatst. Het afschaffen van de VUT kostte volgens het CPB ongeveer hetzelfde en de gevolgen van onderdekking bij pensioenfondsen zijn gemiddeld genomen aanzienlijk groter. Daarbij moeten de kosten volgens het CPB worden afgewogen tegen de baten: minder herverdeling van jonge naar oude premiebetalers, minder rem op arbeidsmobiliteit en lagere premies op termijn, omdat de premie langer kan renderen.

 Compensatie

Bij afschaffen van de doorsneepremie onstaat er een gat van 100 miljard. Met name de generaties tussen 1960 en 1980 worden geraakt, omdat zij wel de lasten, maar niet de lusten hebben gehad. Deze pijn kan volgens CPB verlicht worden met een compensatie, betaald uit minder indexatie of een opslag op de premie.

The post CPB pleit voor afschaffen doorsneepremie appeared first on Pensioen.com.

Pensioen.com

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *