De jaarruimte berekenen voor het jaar 2015

De jaarruimte berekenen voor het jaar 2015

Zoals bekend hebben werknemers die van dienstbetrekking veranderen het recht hun opgebouwde pensioen in te brengen in de pensioenregeling van hun nieuwe werkgever.

Tot 1 januari van dit jaar moest de werknemer binnen een termijn van 6 maanden aangeven of hij al dan niet de procedure tot waardeoverdracht in gang wilde zetten. Deze termijn is komen te vervallen, waardoor de werknemer meer bedenktijd heeft. Anderzijds ontstaat door het vervallen van deze termijn van zes maanden voor alle opgebouwde aanspraken waarvoor in het verleden geen gebruik is gemaakt van het wettelijk recht op waardeoverdracht een volledig nieuwe situatie.

Namelijk dat opnieuw van dit recht op waardeoverdracht gebruik kan worden gemaakt. Dit met alle nadelige gevolgen van bijbetaling voor de ‘oude’ of de ‘nieuwe’ werkgever. Deze bijbetalingsproblematiek vloeit voort uit het verschil in rekenrente tussen de wettelijk voorgeschreven rente voor waardeoverdracht (2,156% in 2015) en de rekenrente in het verzekeringscontract. Hoe lager de rekenrente is, des te hoger de koopsom. Is de wettelijke rente lager dan de rente in het verzekeringstarief, dan zal de ‘oude’ werkgever bij een vertrekkende werknemer moeten bijbetalen. Omgekeerd zal de nieuwe werkgever moeten bijbetalen als een nieuwe werknemer gebruik maakt van zijn recht op waardeoverdracht en de wettelijke rente hoger is dan de rekenrente in het tarief van de nieuwe verzekeraar.

Om deze bijbetalingsproblematiek ten aanzien  van in het verleden opgebouwde rechten te voorkomen, is besloten de onbepaalde aanvraagtermijn alleen toe te staan als de baanwisseling en pensioenopbouw in de nieuwe pensioenregeling plaatsvinden vanaf 1 januari 2015.

Verder geldt voor alle werkgevers, én dus niet alleen voor ‘kleine’ werkgevers (loonsom < € 785.000) dat ze niet hoeven mee te werken aan waardeoverdracht als de bijbetaling meer dan € 15.000 en meer dan 10% van de overdrachtswaarde bedraagt.

The post Om de jaarruimte te berekenen voor het jaar 2015 moet bij een pensioenleeftijd van 67 jaar in 2014 en 2015 volgens de fiscale regels de pensioen aangroei van 2014 vermenigvuldigd worden met factor 37/40. Dit omdat onder het Witteveen 2015 regime wordt uitgegaan van een opbouwperiode van 40 jaar, terwijl dit onder het VAP-regime (wet Verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd) 37 jaar was. Gebleken is echter dat niet alle pensioenuitvoerders deze correctiefactor toepassen bij de opgave van de A-factor in het UPO. De Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars hebben hun leden daarom expliciet verzocht in de toelichting van het UPO (voor zover de correctiefactor niet is toegepast) de volgende passage toe te voegen: “Let op: als gevolg van de wettelijke wijziging van de maximale pensioenopbouw is de jaarruimte voor lijfrenteaftrek beperkt. U mag de factor A corrigeren om uw jaarruimte te bepalen. De correctiefactor die u mag toepassen is 37/40. De factor A die u gebruikt voor de jaarruimte is dus 37/40 x de opgegeven factor A op dit Pensioenoverzicht.” appeared first on Pensioen.com.

Pensioen.com

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *