Eigen maatregelen voor uw pensioen, de slagroom op de taart

Eigen maatregelen voor uw pensioen, de slagroom op de taart

Veel mensen hebben tijdens hun leven zelf maatregelen genomen. Simpele manieren om zelf iets te regelen zijn sparen of beleggen. Een spaarloonregeling bij de werkgever is een veelgebruikte methode om ‘iets’ te regelen voor later. Ook het eigen huis kan een aardig kapitaal vertegenwoordigen, dat u na uw 65ste kunt ‘opeten’.

Lijfrente en koopsompolissen

Lijfrenteverzekeringen en koopsompolissen zijn vaak afgesloten als een privévoorziening voor later. Ze zijn aantrekkelijk omdat ze – 
binnen grenzen – aftrekbaar zijn van de belasting. Vroeger waren die grenzen behoorlijk ruim. Tijdens de opbouw is regelmatig (lijfrenteverzekering) of eenmalig (koopsom) geld overgemaakt naar een verzekeraar. Aan het eind van de looptijd keert de verzekeraar een geldbedrag uit, waarmee u een periodieke uitkering dient te kopen, de zogeheten lijfrente. U kunt kiezen tussen een tijdelijke lijfrente of een levenslange.
Het valt niet mee te berekenen hoeveel inkomen u hiervan krijgt. Bij polissen met een gegarandeerd eindkapitaal is het eindresultaat natuurlijk duidelijk, maar een polis kan ook een winstdeling bieden, bovenop een gegarandeerd kapitaal. De verzekeraar zal dan regelmatig een prognose van de eindopbrengst sturen. Mocht het eindresultaat afhankelijk zijn van een beleggingsresultaat, dan krijgt u hiervan ook regelmatig bericht.
Maak op basis van die prognoses zelf een schatting van het totale eindkapitaal. Blijf aan de voorzichtige kant. U kunt hierbij assistentie inroepen van uw tussenpersoon of verzekeraar. U telt alle polissen op en met dat geld kunt u straks een uitkering kopen. Een vuistregel is dat u als 65-jarige per 100.000 euro kapitaal een levenslange uitkering van bruto 9.000 euro per jaar (mannen) of 7.300 euro (vrouwen) kunt kopen. Vrouwen leven gemiddeld langer dan mannen, daarom het verschil. Bent u man, en heeft u 225.000 euro kapitaal, dan kunt u een levenslange uitkering kopen van 20.250 euro. Tijdelijke uitkeringen zijn hoger, naarmate de looptijd korter is.

Overige inkomsten

Wellicht bent u van plan na uw 65ste te (blijven) werken. Die verdiensten vormen natuurlijk ook een inkomstenbron. Anders dan sommigen wellicht denken, mag u gewoon doorwerken na uw pensionering. Dat wordt niet gekort op uw pensioen of uw AOW. Daarnaast kunt u interen op uw spaargeld en beleggingen. Van een ton aan spaargeld, tegen een rente van 3 procent, kunt u ieder jaar een kleine 7.000 euro opnemen. In twintig jaar is het geld dan op.

Van bruto naar netto

Over uw AOW, aanvullend pensioen en lijfrente betaalt u belasting. Voor 65-plusers is het tarief in de eerste twee schijven een stuk lager, omdat zij geen AOW-premie hoeven te betalen.

  • Eerste schijf tot € 17.319: 15,75 % (tegen 33,65 % voor 65-minners)
  • Tweede schijf van € 17.319 t/m 31.122: 23,50 % loonbelasting en premies (tegen 41,40 % voor 65-minners)

Daarboven betaalt iedereen (tot € 53.064) 42 procent en (boven de 
€ 53.064) 52 procent loonbelasting.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *