Lijfrenteofferte |
Jaarruimte |
Lijfrentesparen
Wat is lijfrente:
Lijfrente kan als volgt worden omschreven:
Lijfrente is een van het leven afhankelijke periodieke uitkering die voortvloeit uit
een op eigen initiatief getroffen voorziening en die geen verband houdt met
een dienstbetrekking. Vaak wordt het begrip lijfrente verward met pensioen.
Eigenlijk is het begrip pensioen gerelateerd aan een dienstbetrekking en lijfrente
niet. Zo ook is AOW-pensioen niet gerelateerd aan een dienstbetrekking.
Pensioen, of beter gezegd ouderdomspensioen, bouwt u (meestal verplicht) op
via uw werk en AOW-pensioen, uitkering van de overheid, bouwt u automatisch op als u rechtmatig in Nederland woont of werkt.
Lijfrente is uw eigen keuze en u moet het zelf regelen/afsluiten.
Hoogte lijfrente-uitkeringen:
Statistisch gezien leeft een vrouw langer dan een man. Daarom is een (levens)verzekering
voor een vrouw over het algemeen duurder. Wanneer u een bedrag stort voor de aankoop van
direct ingaande lijfrente-uitkeringen, zijn de uitkeringen voor een vrouw lager dan voor een
man omdat, bijv. bij levenslange uitkeringen, er doorgaans langer moet worden uitgekeerd.
Voorbeeld, vul in een bedrag als koopsom voor aankoop van lijfrente-uitkeringen:
Opbouw:
U kunt een koopsompolis afsluiten of periodieke premies betalen voor een lijfrentepolis.
Een koopsom is een bedrag ineens. Bij periodieke premies stort u bijvoorbeeld maandelijks
een bepaald bedrag. Met de ingelegde bedragen gaat de verzekeraar voor u beleggen.
De verzekeraar kan u een garantie rendement aanbieden of een rendement afhankelijk
van de resultaten van de huisfondsen. De keus is vrij voor u te bepalen.
Er bestaat nu ook een lijfrente product op basis van beleggingen, maar u krijgt
toch een gegarandeerde opbrengst. M.a.w. u doet mee in een mix van aandelen,
obligaties en deposito's en de verzekeraar geeft u een bepaalde garantie
rendement, dus onafhankelijk van de beleggingsresultaten van de huisfonds.
Meer info over dit lijfrente-product.
Lijfrente-aftrek:
Voorheen had een ieder recht op een basis aftrek. Met ingang van 01.01.2003 is deze basis aftrek
afgeschaft. Maar de regeling blijft dat, als u de fiscus kunt aantonen dat u een pensioentekort hebt,
het nog steeds aantrekkelijk is
om te sparen voor extra (privé)pensioen in de vorm van lijfrente.
De fiscus heeft een formule ontwikkeld voor de berekening van de z.g. jaarruimte:
Jaarruimte = (0,17 x premiegrondslag) - F - (7,5 x A)
- premiegrondslag = belastbaar inkomen - € 11.155, met een maximum van € 104.806
voor het jaar 2008 en 150.957 voor het jaar 2007.
- F = netto toename FOR voor ondernemers
- A = aangroei pensioenaanspraak t.g.v. extra dienstjaar.
Dit bedrag wordt jaarlijks door het pensioenfonds vastgesteld.
Naast de jaarruimte is er nog de z.g. inhaalruimte.
De inhaalruimte 2008 bedraagt 17% van de premiegrondslag, maar maximaal € 6.590 of € 13.016
voor wie bij het begin van het jaar van aftrek 55 jaar of ouder is. Voor 2007
zijn deze bedragen € 6.492 respectievelijk € 12.823
Jaarruimte berekening.
Spaarloon en lijfrente:
Er waren plannen om de spaarloonregeling af te schaffen, maar nu is het deels behouden.
U kunt maximaal EUR 613,- (was EUR 788) via uw werkgever sparen. Spaarloon kunt u ook benutten
om exta pensioenvoorziening te treffen in de vorm van lijfrente.
Wanneer lijfrente-uitkering:
Als u een koopsom hebt afgesloten of periodieke premies hebt betaald voor een
lijfrentepolis dan heeft de polis een afloopdatum, ook wel expiratiedatum genoemd.
Aan het einde van de looptijd heeft de polis een bepaalde waarde en de bedoeling is
dat u hiermee een lijfrente aankoopt. U kunt ook het vrijkomend kapitaal uitstellen
en weer laten groeien en op een later tijdstip een lijfrente aankopen.
LET OP:
Wanneer een koopsom of lijfrentepolis expireert, bent u niet verplicht om bij
dezelfde verzekeraar deze om te zetten in lijfrente-uitkeringen. Het is verstandig
om offertes van verschillende maatschappijen met elkaar te vergelijken.
Fiscale aspecten:
De fiscale regels zijn in 1992 ingrijpend veranderd en daarom wordt er
gesproken over een oud regime en nieuw regime polissen.
Oud regime:
Als u een koopsom hebt afgesloten voor 01.01.1992 of een lijfrentepolis
voor 16 oktober 1990, dan valt het onder het oude regime.
Bij oud regime-polissen zijn er veel minder beperkingen voor de duur
van de lijfrente-uitkeringen dan bij nieuw-regime polissen.
De hoogte van de uitkeringen is niet gelimiteerd.
Nieuw regime:
Voor dit regime zijn er maxima gesteld aan de hoogte van de uitkeringen en ook
de duur van de uitkeringen is aan bepaalde regels verbonden.
Lijfrentevormen nieuw regime:
Als u nu een koopsompolis afsluit of premies betaalt voor een lijfrentepolis, is
het veelal bedoeld om later extra voorziening te treffen. U spaart als het ware
voor aanvulling op uw pensioen en/of AOW.
Er zijn in het nieuwe regime drie soorten lijfrentevormen te kiezen:
- Overbruggingslijfrente, die ingaat als u eerder met pensioen gaat tot aan
uw werkelijke pensioendatum. Het jaarlijks maximaal uit te keren bedrag was
EUR 63.288.
ATTENTIE:
Lijfrentepolissen die afgesloten worden na 01 januari 2006 kunnen NIET meer worden
benut voor overbruggingslijfrente.
- Tijdelijke oudedagslijfrente, die ingaat wanneer u uw pensioengerechtigde
leeftijd hebt bereikt (niet de leeftijd als u eerder met pensioen gaat).
Minimale uitkeringsduur is 5 jaar en de maximum uitkering is voor het jaar 2008 EUR 19.761 en voor 2007
19.468 en wordt ieder jaar opnieuw bepaald.
Het is bedoeld om in de beginjaren van uw pensioen eventuele achteruitgang aan
te vullen.
- Oudedagslijfrente, die ingaat wanneer u maar wilt en de duur is levenslang,
d.w.z. eindigt bij overlijden van de verzekerde. Er zijn geen beperkingen gesteld voor
de hoogte van de uitkeringen.
Heffing:
Wanneer de lijfrente-uitkeringen zijn ingegaan, worden deze normaal (progressief) belast.
U heeft immers al fiscale voordelen gehad toen u de koopsom afsloot en/of
premies betaalde voor een lijfrentepolis.
|
|