Wat is pensioen:
Alvorens nader op dit onderwerp in te gaan, is het goed stil te staan wat onder
pensioen wordt verstaan. De Pensioen en Spaarfondsenwet (PSW) geeft geen duidelijke
definitie.
Artikel 11 van de Wet op de loonbelasting is hieromtrent wat duidelijker:
|
Pensioen is een van het leven afhankelijke periodieke uitkering, die voortvloeit
uit een dienstbetrekking ter verzorging van de werknemer bij ouderdom en arbeidsongeschiktheid
en van de echtgenote en (minderjarige) kinderen bij overlijden van de werknemer.
|
Wat is lijfrente:
Vaak wordt het begrip pensioen verward met lijfrente. Als we weten dat pensioen
gerelateerd is aan een dienstbetrekking, kunnen we lijfrente als volgt definiëren:
|
Lijfrente is een van het leven afhankelijke periodieke uitkering die voortvloeit uit
een op eigen initiatief getroffen voorziening en die geen verband houdt met een
dienstbetrekking.
|
Meer info over lijfrente, ook voor online berekening.
Pensioenplanning:
Pensioenplanning kan kort worden beschreven als:
|
Het analyseren van uw huidige en toekomstige pensioenrechten en
aan de hand daarvan het formuleren en uitvoeren van korte- en (middel)lange termijndoelstellingen.
|
|
In dit proces moet rekening gehouden worden met de risico's in uw actieve
fase zoals arbeidsongeschiktheid, overlijden, werkloosheid en scheiding.
|
Opbouw pensioen:
In het algemeen zijn er drie manieren om pensioen op te bouwen:
1. AOW:
Iedereen, die rechtmatig in Nederland woont, is vanaf het 15de jaar verzekerd tegen
de financiële gevolgen van ouderdom op grond van de AOW.
Op uw 65ste jaar wordt de AOW uitgekeerd.
2. Ouderdomspensioen via werkgever:
Daarnaast hebben de meeste werknemers een aanvullende pensioenvoorziening via
hun werkgever. Een werkgever kan, al dan niet verplicht, voor zijn werknemers
een (collectieve) pensioenvoorziening treffen. Vaak begint men op 25-jarige
leeftijd pensioen op te bouwen tot aan de 65-jarige leeftijd, dus in totaal 40 jaren.
3. Privé voorzieningen:
Een derde mogelijkheid om voor uw oude dag voorzieningen te treffen, is om op één
of andere manier zelf kapitaal op te bouwen, bijvoorbeeld door het afsluiten van een
lijfrenteverzekering of deelname aan de levensloopregeling.
Ouderdomspensioen:
Het ouderdomspensioen is een levenslang pensioen dat ingaat op de pensioendatum. Meestal
is de pensioenleeftijd 65 jaar.
Het ongehuwdenpensioen is eveneens een levenslang pensioen, bedoeld voor een
alleenstaande. Omdat de AOW-uitkering voor alleenstaanden lager is dan een
AOW-uitkering voor een echtpaar, vullen sommige pensioenregelingen het verschil aan.
Als de pensioenleeftijd voor 65 jaar ligt, wordt een overbruggingspensioen toegekend;
dit pensioen dient ter overbrugging tot het 65ste jaar, dus voor de periode dat men nog
geen AOW-uitkering ontvangt.
Oude pensioenrechten (vorige werkgevers) kunt u laten overhevelen naar uw
nieuwe werkgever. Alvorens dit te doen, is het verstandig om goed te overwegen wat
de consequenties hiervan zijn. Het is verstandig dat u hiervoor een (pensioen)adviseur
raadpleegt.
Een goede pensioenregeling biedt, naast het ouderdomspensioen, ook een
Pensioenregeling:
In het verleden is een gangbare regeling de z.g. eindloonregeling. Vaak bouwt de deelnemer
,tussen het 25ste tot het 65ste jaar, pensioen op en per jaar wordt bijvoorbeeld 1.75% (of 2.25%)
van de pensioengrondslag aan pensioenaanspraak toegekend. Pensioengrondslag is het
(pensioengevend) salaris minus de z.g. franchise. Bij volledige deelname van bijv. 40 jaar wordt
gesteefd dat er 70% van het laatste salaris als pensioen (incl AOW) wordt toegekend.
Meestal haalt de deelnemer dit niet omdat eindloonregelingen worden omgezet in middelloonregeling.
Franchise is een bepaald bedrag welke gerelateerd is
aan de de hoogte van de AOW. Immers, het streven is om 70% van het laatste
salaris inclusief de AOW te behalen; daarom wordt eerst de franchise afgetrokken
van het pensioengevend salaris.
Tegenwoordig is de z.g. middelloonregeling meer gangbaar. Bij een middelloonregeling geldt dat de
uiteindelijke pensioenaanspraak over het gemiddelde loon wordt toegekend.
U kunt ook te maken krijgen met een beschikbare premieregeling. Hierbij bouwt u
pensioen op afhankelijk van de premie. Er wordt bijv. jaarlijks een vast (premie)
bedrag of een percentage van het salaris gereserveerd voor pensioenopbouw.
Pensioenpremies:
De meest ideale regeling voor de werknemer is als de werkgever de pensioenpremies
(geheel) voor zijn rekening neemt. Vaak betalen zowel de werknemer als de werkgever
de pensioenpremies. Werknemers bijdrage in pensioen is fiscaal aftrekbaar.
|
|