Brief over verhoging pensioenpremie

3-2-2012

Alle werkgevers die zijn aangesloten bij Stichting Pensioenfonds Wonen ontvangen een brief over de premies.

In de brief leest u dat de premies in 2012 zijn verhoogd. Deze maatregel is nodig omdat Stichting Pensioenfonds Wonen last heeft van de economische crisis. Net als veel andere pensioenfondsen in Nederland.

Hier kunt u de brief aan de werkgevers direct lezen:

brief Premieaanpassing 2012.

Laat u trainen door de virtuele coach

Persoonlijk advies krijgen tijdens het hardlopen? Daar hoeft u geen personal trainer voor in te huren. Het kan met de elektronische coach.
PlusOnline RSS Feed – – Pensioen

Veelgestelde vragen

Vragen over: AOW en ANW, Pensioenregeling, Hoe kom ik aan mijn pensioen? Uit dienst, Pensioendatum, Pensioen en overlijden, Pensioen en scheiding, Prepensioen en VUT, Bijzondere situaties, Kredietcrisis en pensioen.
Home

Reactie minister Kamp op artikel Volkskrant over de pensioenen

De pensioenfondsen zitten in zwaar weer, zoals bijna alle grote financiële instellingen in deze tijd. Een aantal pensioenfondsen heeft dit voorjaar al aangekondigd in 2013 kortingen op de pensioenuitkeringen te moeten doorvoeren. In welke mate dat nodig is –om hoeveel procenten het gaat- zal blijken aan het eind van dit jaar.
Rijksoverheid.nl – Nieuwsberichten over het onderwerp Pensioen

RABO en PPGM in PPI voor MKB

Rabo en PGGM (pensioenfonds) hebben aangekondigd samen een PPI te beginnen ten behoeve van het MKB. De beleggingen worden gedaan door Robeco. Een PPI is een pensioensinstelling die geen garanties mag geven en geen verzekeringen mag uitvoeren. De kosten zijn doorgaans lager dan de klassieke pensioenverzekeraars maar de risico’s zijn voor de deelnemers.
Pensioen.com

4 goede redenen om visolie te nemen

Vette vis is belangrijk voor ons vanwege de gezonde visvetzuren die erin zitten. Niet voor niets raadt het Voedingscentrum twee keer per week vis, waarvan een keer vette vis aan. Niet iedereen komt echter aan die hoeveelheden. Vier redenen om toch aan die visvetzuurconsumptie te werken.
PlusOnline RSS Feed – – Pensioen

Z-score (financieel)

In de financiële wereld heeft de term Z-score twee betekenissen die afwijken van de betekenis die deze term in de statistiek heeft (zie Z-score).

[bewerken] Z-score bij een onderneming

In de eerste betekenis wordt een Z-score berekend om daarmee te voorspellen of een onderneming in financiële problemen zal gaan geraken. Voor een belegger, die overweegt om in een onderneming te beleggen, zou het uiteraard zeer interessant zijn om te weten of die onderneming (op termijn) failliet zal gaan. Deze formule is opgesteld door Edward I. Altman. In deze formule wordt rekening gehouden met zaken als: verhouding tussen winst en activa, verhouding tussen omzet en activa, verhouding tussen marktwaarde aandelen en boekwaarde schuld, verhouding ingehouden winsten en activa, en verhouding werkkapitaal en activa. Elk van deze ratio’s wordt van een “gewicht” voorzien, en de totalen worden opgeteld. Hoe hoger de totale score is, hoe kleiner de kans dat een onderneming in financiële moeilijkheden zal komen.

Altman ontwikkelde de formule in 1968. In deze periode werd het economisch landschap gedomineerd door industriële bedrijven, maar de Z-score blijkt ook goed te werken voor de dienstensector. Een score van 1,8 of minder wijst op een naderend faillissement, terwijl een score van 3 of meer op een gezonde onderneming duidt.

[bewerken] Z-score bij een pensioenfonds

De tweede betekenis wordt gehanteerd in de Nederlandse pensioenwereld. Nederlandse ondernemingen die geen eigen pensioenfonds hebben, kunnen vallen onder de verplichtgestelde aansluiting bij een pensioenfonds voor een bedrijfstak. Wanneer het pensioenfonds op beleggingsgebied in enig jaar onvoldoende presteert, bestaat er een mogelijkheid dat de verplicht aangesloten ondernemingen in het daarop volgende jaar onder voorwaarden vrijgesteld kunnen worden van de verplichting.

Om dit enigszins te objectiveren, is een formule ontworpen die eveneens bekendstaat als Z-score.

Hierbij wordt het rendement (de performance) van het pensioenfonds en het rendement van de benchmark vergeleken, en het verschil gedeeld door een factor die afhankelijk is van de samenstelling van het belegde vermogen (de verhouding obligaties/aandelen).

Per jaar leidt dit tot een Z-score. Vervolgens worden de Z-scores over een periode van 5 jaar opgeteld, en gedeeld door de wortel uit 5. Bij een Z-score van -1.28 (sinds 2008 dient er bij de score 1,28 opgeteld te worden om zo op een score van 0 uit te komen) of lager mag de onderneming besluiten, van pensioenfonds te wisselen.

Een rekenvoorbeeld:

  • 60% aandelen, 40% obligaties
  • rendement portefeuille 4,60%, werkelijke kosten 0,20%
  • rendement benchmark 4,45%

De risicopercentages zijn gefixeerd op 0,6% voor obligaties en 2,6% voor aandelen. Aan de benchmark wordt een gefixeerd percentage van 0,15% voor kosten toegekend.

De formule wordt dan:

[(4,60-0,20)-(4,45-0,15)] / [(60 x 2,6%)+(40 x 0,6%)]
(4,40-4,30) / (1,56+0,24)
0,10 / 1,80
0,056

Als, bij dezelfde verhouding aandelen/obligaties, in een volgend jaar de rendementen 5.10 en 5.30 waren voor respectievelijk de portefeuille en de benchmark, wordt de formule als volgt ingevuld:

[(5,10-0,20)-(5.30-0,15)] / 1,80
(4,90-5,15) / 1,80
-0,25 / 1.80
-0,139

Indien een pensioenfonds over 5 jaar Z-scores heeft van achtereenvolgens +0,16, +0,10, -0,35, -0,34 en +0,30, totaal -0,13, wordt dat gedeeld door 2,235, hetgeen leidt tot een eindcijfer van -0,058. Dit ligt boven -1,28, zodat de onderneming niet de mogelijkheid heeft om over te stappen.

Over de periode 1998-2002 bleken van 64 door de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen onderzochte pensioenfondsen 62 aan de toets te voldoen. (Bron m.b.t. dit laatste gegeven: website Abp.) Over de periode 1998-2003 bleken alle onderzochte pensioenfondsen aan de toets te voldoen. (Bron: VBA-Journaal 2002/2, p. 37 e.v.)



This article uses material from the Wikipedia article Z-score (financieel), which is released under the Creative Commons Attribution-Share-Alike License 3.0.

Wet Verevening Pensioenrechten

This article uses material from the Wikipedia article Wet Verevening Pensioenrechten, which is released under the Creative Commons Attribution-Share-Alike License 3.0.

Wet Buitengewoon Pensioen 1940-1945

De Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Wbp) is een Nederlandse wet die dateert uit 1947. Conform deze wet krijgen personen (en hun nabestaanden) en ieder (ook niet-Nederlanders) die door daad of houding heeft deelgenomen aan het Nederlandse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog tegen de Duitse bezetter financiële ondersteuning.

[bewerken] Verzetsdeelnemers

Grofweg komen de volgende verzetsdeelnemers in aanmerking voor financiële ondersteuning

  • Verzetsdeelnemers. Dit zijn personen die verzet hebben gepleegd tegen de vijandelijke bezettende macht van het Koninkrijk der Nederlanden in Europa. Voorwaarde is dat men ten gevolge van verzetsdeelname lichamelijk en/of geestelijk invalide zijn geworden.

De wet omschrijft dit als volgt: “Zij, die tijdens de vijandelijke bezetting van het Rijk in Europa door daad of houding hebben deelgenomen aan het binnenlands verzet, met inbegrip van hen die deel uitmaakten van de Binnenlandse Strijdkrachten en daadwerkelijk hebben deelgenomen aan de strijd tegen de vijandelijke bezettende macht van het Rijk in Europa.”

  • Nabestaanden. Hierbij gaat het om de nabestaanden van verzetsdeelnemers zoals weduwen, weduwnaars, geregistreerde partners en minderjarige wezen

Om in aanmerking te komen voor deze wet moet er een aantoonbaar verband zijn tussen het verzet en de invaliditeit. Hierbij geldt de omgekeerde bewijslast. Hiermee wordt bedoeld dat men een verband tussen het verzet en de invaliditeit aanneemt als de invaliditeit niet duidelijk uit andere oorzaken is ontstaan.

[bewerken] Procedure

De Stichting 1940-1945 stelt naar aanleiding van de aanvraag een onderzoek in naar het verzet van de aanvrager. Op basis van getuigenverklaringen, historisch onderzoek e.d. wordt een verzetsrapport opgesteld. Dit rapport wordt vervolgens voorgelegd aan de Centrale Bestuurscommissie van de Stichting 1940-1945. Deze commissie geeft een positieve of negatieve verklaring af. De verklaring van de commissie over verzet en waardigheid wordt met het verzetsrapport vervolgens naar de Raadskamer Wbp verzonden. De Raadskamer beslist over de aanspraak op een buitengewoon pensioen.

[bewerken] Uitvoering

De wet werd tot 1 januari 2008 uitgevoerd door de Pensioen- en Uitkeringsraad, Raadskamer Wetten buitengewoon pensioen, in Heerlen. Vanaf 1 januari 2008 wordt de wet uitgevoerd door de Pensioen- en Uitkeringsraad in Leiden. Vanaf 1 januari 2011 wordt de wet uitgevoerd door de Sociale Verzekeringsbank in Leiden.



This article uses material from the Wikipedia article Wet Buitengewoon Pensioen 1940-1945, which is released under the Creative Commons Attribution-Share-Alike License 3.0.

Waardevast

Een uitkering of vordering is waardevast als de ontvanger c.q. bezitter daarvan dezelfde hoeveelheid goederen kan blijven kopen – dus als het nominale bedrag wordt geïndexeerd met de inflatie (prijsstijgingen). Daarnaast wordt het begrip welvaartsvast gehanteerd voor het mee stijgen van de nominale waarde met de lonen.

In Nederland wordt het begrip waardevast vooral gebruikt bij de beoordeling van pensioenuitkeringen. Als gevolg van de voortdurende inflatie verliezen immers nominaal gelijkblijvende uitkeringen, zoals bijvoorbeeld lijfrenten, voortdurend aan waarde. De waardevastheid van de AOW wordt gefinancierd doordat de premie met de inflatie meestijgt en – voor het gefiscaliseerde deel van de premie – uit de algemene middelen van de overheid.

Tweede pijler pensioenfondsen trachten hun uitkeringen te indexeren door hun kapitaal te beleggen. Die indexatie is gekoppeld aan de lonen van de beroepsgroep die het fonds bedient. Zo is de indexatie van het ABP gekoppeld aan de ambtenarenlonen. Beleggen brengt risico met zich mee, zodat de indexatie in Nederland niet gegarandeerd is. Alleen het nominale pensioen is gegarandeerd. Bij een eindloonsysteem wordt het risico van indexatie gedragen door de gepensioneerden; bij een middelloonsysteem is het risico van indexatie verdeeld over alle rechthebbenden.

Risico lopen is voor pensioenfondsen niet alleen onvermijdelijk, maar ook positief. Door het innen van de “risicopremie” op beleggingen kan de indexatie worden gefinancierd. Het risico kan in een collectief pensioensysteem op verschillende manieren worden bestreden. De meest gebruikte techniek is diversificatie van de beleggingen. Andere technieken zijn hedging en het aanpassen van de beleggingen op de verplichtingen. Deze laatste technieken kosten gewoonlijk rendement, waardoor het nominale pensioen weer aangetast wordt.

In een aantal landen bestaan ook waardevaste indexleningen met een lage basisrente, aangevuld met een compensatie voor inflatie. In principe zouden deze “index-linked” obligaties een perfecte dekking van het inflatierisico zijn. Ze zijn echter gekoppeld aan de prijsinflatie van het uitgevende land, die gewoonlijk anders zal zijn dan de looninflatie in de sector die het kopende pensioenfonds bedient, zodat het inflatierisico niet volledig is afgedekt. Bovendien zijn ze nogal schaars en daardoor relatief duur, wat ze een onaantrekkelijke belegging maakt.



This article uses material from the Wikipedia article Waardevast, which is released under the Creative Commons Attribution-Share-Alike License 3.0.