Voorbeeld gouden handdruk in relatie tot VUT-strafheffing
LET OP:
Dit besluit was op 7 juni 2005 tot nader order opgeschort. De staatssecretaris heeft dit besluit inmiddels
nader toegelicht. Er is alleen sprake van heffing als bijvoorbeeld een groep ouderen wordt ontslagen met
als doel om vervroegd te laten uittreden. De bewijslast ligt bij de inspecteur.
Voor de meeste gouden handdrukken heeft dit besluit geen gevolgen.
De Staatsecretaris van Financiën heeft op 26 mei 2005 besloten om (straf)heffing op VUT-achtige
gouden handdrukken op te leggen. Als de ontslagregeling na 26 mei 2005
is overeengekomen, zal getoetst moeten worden of strafheffing van toepassing is.
55%-toets:
de periodieke stamrechtuitkeringen moeten eindigen voor de 55-jarige leeftijd, terwijl geen enkele uitkering
hoger is dan 100% van het laatstgenoten jaarsalaris, zonder rekening rekening te houden met andere
uitkeringen in veband met arbeid zoals WW, prepensioen etc.
De 55-toets heeft nauwelijk gevolgen voor werknemers tot 55 jaar. Deze groep zal in beginsel ook
voldoen aan de 70%-toets als vooraf een duidelijke stappenplan wordt opgesteld voor o.a. het moment van
uitkering.
70%-toets:
de hoogte van direct ingaande gelijkblijvende periodieke stamrechtuitkeringen,
rekening houdend met de naar verwachting te ontvangen uitkeringen op grond van o.a. de WW,
WAO, ZW, VUT, prepensioen en levensloopregeling, mag niet meer dan 70% bedragen van het laatstgenoten
jaarsalaris
De 70%-toets zegt in feite dat, als u ontslagen wordt op of na na uw 55ste, u genoegen moet nemen
met 70% van het laatst genoten jaarsalaris, inclusief
uitkeringen in verband met arbeid zoals de WW; met eventuele IOAW-uitkering wordt geen
rekening gehouden.
De ministerraad heeft al ingestemd met de geplande wijzigingen in de Werkloosheidswet (WW).
In 2006 wordt de maximale
duur van de WW 3 jaar en 2 maanden en de uitkeringshoogte blijft 70% van het laatste salaris.
Als uw laatste salaris minder bedraagt dan het
maximum dagloon dient u de gouden handdruk tenminste drie jaar uit te stellen;de WW heeft een maximum van
70% van het maximum dagloon. Bij een hoger salaris kan de stamrecht ook direct de WW-uitkering aanvullen.
Voorbeeld 70%-toets, gouden handdruk uitkering in 2006:
Stel, u bent in 2006 55 jaar en uw salaris bedraagt EUR 43.714 bruto per paar, u hebt 21 jaar gewerkt bij
uw laatste werkgever en uw pensioendatum is 65 jaar. Op basis van de
kantonrechtersformule krijgt u een gouden handdruk mee van EUR 112.933, welke u twee jaar laat
uitstellen. Na twee jaar bedraagt het stamrechtkapitaal +/- EUR 123.000 en hiermee kunt u uitkeringen
aankopen van +/- 17.000 per jaar, acht tot negen jaar lang.
Op ontslagdatum voldoet de gouden handdruk aan de 55%- en 70%-toets en de werkgever maakt het bruto bedrag
over naar een verzekeraar.
Wanneer na uitstel de uitkeringen ingaan, wordt er weer getoetst. Aangezien de IOAW niet wordt aangemerkt
als een uitkering in verband met arbeid en de werkelijke (stamrecht)uitkeringen
mogen afwijken van de getoetste uitkering, voldoet de gouden handdruk aan de 70% toets.
De stamrechtuitkering kan eventueel doorgaan tot na uw 63ste. De 70%-toets
houdt alleen rekening met de WW, terwijl wij in dit voorbeeld ook rekening houden met de IOAW voorwat
betreft de planning van de stamrechtuitkeringen.
We nemen in dit voorbeeld aan dat de per 01.2006 geplande aanpassingen in de WW al zijn ingevoerd; eerste
twee maanden 75% van uw laatste salaris en daarna 70% en de maximale duur is 38 maanden.
We nemen ook aan dat de IOAW vanaf 2006 niet wordt gekort zoals nu het geval is als u de vrije keuze hebt
om de gouden handdruk naar uw believen aan te besteden.
Gouden handdruk EUR 112.933, salaris EUR 43.714
Leeftijd
WW
IOAW
Stamrecht
Totaal
in % sal
70%-toets,stamrecht+WW
55
30.964
0
0
30.964
70.83%
nvt
56
30.600
0
0
30.600
70,00%
nvt
57
15.300
0
17.000
32.300
73,88%
73.88%
58
0
15.100
17.000
32.100
74,43%
39.36%
59
0
15.100
17.000
32.100
74,43%
39.38%
60
0
15.100
17.000
32.100
74,43%
39.38%
61
0
15.100
17.000
32.100
74,43%
39.38%
62
0
15.100
17.000
32.100
74,43%
39.38%
63
0
15.100
17.000
32.100
74,43%
39.38%
64
0
15.100
17.000
32.100
74,43%
39.38%
Op 65-jarige leeftijd komt de AOW en uw ouderdomspensioen tot uitkering en eventueel het rest bedrag van de stamrecht
De toets wordt verricht op moment van uitkering, in dit voorbeeld na 2 jaar uitstel.
In het derde jaar is een percentage genoemd van 73.88% maar dit heeft geen invloed op de 70%-toets,
aangezien u met de duur en hoogte kunt varieren; na het vierde jaar kunt u
eventueel hogere uitkeringen genieten (tot aan uw 63ste).