
Als u werkloos wordt, kunt u een beroep doen op een uitkering op grond van:
- de Werkloosheidswet (WW) en daarna
- de Wet Inkomensvoorziening Arbeidsongeschikte Werknemers (IOAW) of
- de bijstand, wet Werk en Bijstand (WWB).
Ook kan de Toeslagenwet (TW) voor u van toepassing zijn. De TW vult het (gezins)inkomen
aan tot het sociaal minimum. Diegene die een uitkering genieten op grond van de WW,
Ziektewet, WAO, WAZ, Wajong, BIA of WAMIL, van wie het (gezins-)inkomen onder het sociaal minimum ligt,
kunnen in aanmerking komen voor de Toeslagenwet. Meestal wordt door de uitkeringsinstantie automatisch
de TW berekend danwel aangevraagd.
Eveneens kunt u te maken krijgen met de Flexwet.
Werloosheidswet (WW):
De WW kent twee soorten uitkeringen, nl.:
- de loongerelateerde WW-uitkering en de
- WW-vervolguitkering, voor wie voor 11 augustus 2003 al werkloos was geworden
LET OP:
De WW-vervolguitkering is in agustus 2003 afgeschaft.
Na de loondervingsuitkering bestaat er geen recht meer op de WW-vervolguitkering.
Meer info over WW-vervolguitkering.
Loongerelateerde WW-uitkering:
Om voor de loongerelateerde uitkering van de werkloosheidswet in aanmerking te komen, moet
aan de volgende voorwaarden zijn voldaan :
- U moet in de periode van 36 weken voorafgaande aan de werkloosheid in
tenminste 26 weken als werknemer hebben gewerkt. Deze voorwaarde
wordt wel de 26-wekeneis genoemd.
- U moet in de vijf kalenderjaren voorafgaande aan het jaar waarin u
werkloos wordt gedurende tenminste vier kalenderjaren over 52 of meer
dagen per jaar loon hebben ontvangen. Dit wordt wel de vier-uit-vijf
eis genoemd.
- Als u op de eerste werkloosheidsdag al recht heeft op een WAZ, WAJONG
en/of WAO of daarmee gestelde uitkering, kunt u ook in aanmerking komen
voor de loongerelateerde WW-uitkering.
De hoogte van de loongerelateerde uitkering is 70% van het laatste salaris en
bedraagt ten hoogste 70% van het maximum dagloon,
de eerste twee maanden is het 75%.
De duur van de loongerelateerde uitkering is afhankelijk van het
arbeidsverleden en bedraagt maximaal 38 maanden.
WW-vervolguitkering:
Na afloop van de loongerelateerde uitkering heeft u recht op de WW-vervolg
uitkering, als u voor 11 augustus 2003 werkloos was geworden.
De duur hiervan is twee jaar. Als u op de eerste dag van werkloosheid
57,5 jaar of ouder bent, bedraagt de duur van de vervolguitkering maximaal 3,5 jaar.
De hoogte van de vervolguitkering bedraagt 70% van het voor u geldende
minimumloon.. Als het laatste salaris lager is
dan het minimumloon, dan is de vervolguitkering 70% van het laatste salaris.
Kortdurende WW-uitkering afgeschaft:
De kortdurende uitkering is afgeschaft.
Daartegenover staat dat werknemers die aan de wekeneis voldoen maar korter dan 4 jaar hebben
gewerkt (veeal jongeren), hebben recht op 3-4 maanden WW.
Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werkloze Werknemers (IOAW)
De IOAW biedt een inkomensgarantie op het sociaal minimum aan bepaalde groepen werknemers
en is bestemd voor oudere werkloze werknemers en voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten.
Voorwaarden:
- werkloze werknemers die de maximale uitkeringsduur van de
WW hebben bereikt en
bij aanvang van de werkloosheid 50 jaar maar nog geen 57,5 jaar waren.
- werkloze werknemers die werkloos geworden zijn na hun 57,5ste jaar en slechts
recht hebben op de kortdurende WW-uitkering.
- gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers die WAO of WAZ ontvangen en die geen
recht meer hebben op WW.
- jeugdgehandicapten met een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 80 %.
Soorten uitkeringen:
- voor alleenstaanden van 23 jaar en ouder
- voor alleenstaande ouders van 21 jaar en ouder
- voor gehuwden en samenwonenden (beide partners 21 jaar en ouder)
Hoogte:
De IOAW is gebaseerd op het minumumloon.
Kortingen op uitkeringen:
Werkloosheidswet (WW):
De WW-uitkering wordt niet gekort op het inkomen van uw eventuele partner.
Ook een gouden handdruk die tot uitkering komt wordt niet gekort.
De WW kent ook geen vermogenstoets.
De WW kan eventueel wel worden uitgesteld ingevolge de Flexwet
IOAW en Toeslagenwet (TW):
De uitkeringen ingevolge de IOAW en de TW worden ook niet gekort als u de
vrije keuze hebt gehad voor de aanwending van de gouden handdruk.
Met andere woorden, uw (ex)werkgever stelt de gouden handdruk beschikbaar en u
mag zelf bepalen hoe de gouden handdruk uitgekeerd wordt. U kunt de gouden handdruk
ineens laten uitkeren of de gouden handdruk (laten) beleggen in een
stamrechtconstructie. U moet dus de vrije keuze hebben gehad op de aanbesteding
van de gouden handdruk.
De bijstand (WWB):
Alle inkomsten uit arbeid (ook die van uw partner), en inkomsten uit overige
uitkeringen worden gekort.
Ook met vermogen boven een bepaald bedrag (€ 10.650,- voor gezinnen en € 5.325,- voor alleenstaanden)
wordt rekening gehouden. Zit het vermogen vast in een huis, dan wordt bijstand verstrekt in de vorm van
een lening (krediethypotheek) die terugbetaald moet worden. In dat geval geldt een vermogensvrijlating
van maximaal € 44.900,-.
Flexwet:
Sinds 1 januari 1999 is de Wet Flexibiliteit en Zekerheid van kracht.
Naast een herziening van het arbeids recht bevat deze wet ook
aanpassingen in de werkloosheidswetgeving (WW).
Er wordt een z.g. fictieve opzegtermijn geïntroduceerd,hetgeen
betekent dat in sommige gevallen de WW-uitkering pas na enige
maanden aanvangt.
Dit is het geval als:
- het dienstverband wordt verbroken zonder inachtneming van de wettelijke opzegtermijn en
- als de werkgever een ontslagvergoeding danwel schadeloossteling toekent aan de ex-werknemer.
Het maakt hierbij niet uit of de vergoeding bepaald wordt door de Kantonrechter
en/of de vergoeding bedoeld is voor compensatie van pensioenverlies of kosten
voor omscholing etc. Alleen de eventuele proceskosten bepaalt door de
Kantonrechter worden uitdrukkelijk hiervan uitgesloten.
Een werknemer in vaste loondienst heeft te maken met een opzegtermijn
van bijv. twee maanden. Als de arbeidsovereenkomst ontbonden wordt door
de Kantonrechter, kan het zo zijn dat de opzegtermijn niet in acht wordt
genomen. Als de schadeloosstelling hoger is dan twee maanden loon, dan zal
de werknemer de eerste twee maanden geen recht hebben op een WW-uitkering.
Deze wet heeft gevolgen voor de keuze van aanwending van de schadeloosstelling
danwel gouden handdruk. Bij directe (gedeeltelijke) uitbetaling komt de fiscus om
de hoek kijken en heft progressief. Bij aanwending van een stamrechtverzekering wordt
de heffing uitgesteld totdat er periodieke uitkeringen wordt genoten.
Mocht de ex-werknemer niet in staat zijn om enige maanden te overbruggen met eigen
middelen, kan hij/zij bijvoorbeeld (een gedeelte) contant laten uitkeren en/of een
stamrechtverzekering afsluiten die -al dan niet tijdelijk- direct uitkeringen verstrekt.
Een werknemer die nog in onderhandeling is met de werkgever over de hoogte
van de ontslagvergoeding zal goed moeten realiseren dat er enige maanden
wellicht geen WW-uitkering wordt toegekend. De werknemer zal in veel gevallen
trachten compensatie te vragen aan de werkgever voor het verlies aan WW.
|